Verkeer en Weer

Tips en informatie over alles wat met verkeer en weer te maken heeft

00

De fietshelm: een slimme keuze

Verkeersregels E-bike

Vervoer in kampeerauto

Rotonde en verkeersregels

Waar mag ik parkeren met een parkeerschijf?

Verkeersregels op een woonerf

Verkeersboetes in Nederland

Waar mag ik parkeren met een gehandicapten-parkeerkaart?

Alle fietsers tegelijk groen.. en dan?

Verkeersregels op een kruising

Grootste gevaren voor fietsers

Levensduur fietsaccu verlengen

Huidige verkeersregels

Bumperkleven

Fietsstraat, welke regels gelden daar?

Pas op voor de Teek!


oo

Kijk op Buienradar voor de actuele weersvoorspelling

00

00


00

Levensduur fietsaccu verlengen

Bron: ANWB

Wij geven tips om te voorkomen dat je stil komt te staan met een lege accu
Eindelijk! Na dagen met kou, sneeuw en regen is het weer een mooie dag om te fietsen. Maar helaas, de accu van je elektrische fiets is leeg en je krijgt hem niet meer opgeladen. Wat nu?

Voorkom diepontlading
De accu van een elektrische fiets is gevoelig voor kou. Als je een leeggereden accu in een koude omgeving opbergt, werk je diepontlading in de hand. Diepontlading is een dure grap, want een diep ontladen accu is onbruikbaar en moet vervangen worden. Een nieuwe accu kost al snel een paar honderd euro en dat is zonde geld als je de uitgave kan voorkomen. Wij geven je daarom graag tips om de levensduur van de accu van je elektrische fiets in de winter te verlengen.

7 tips om levensduur fietsaccu te verlengen in de winter
Lees altijd eerst de gebruiksaanwijzing van je accu voor het beste bewaaradvies.
Bewaar de accu van je e-bike altijd op kamertemperatuur en in een droge omgeving. Berg de accu voor je elektrische fiets niet leeg op, maar zorg dat hij minimaal voor de helft opgeladen is. Zo voorkom je diepontlading.
Een fietsaccu moet regelmatig ontladen en weer opladen om gezond te blijven. Als je in de wintermaanden je fiets niet gebruikt, laad je accu dan minimaal één keer per maand op. Denk eraan dat de accu door zelfontlading langzaam leeg loopt.
De capaciteit van een accu neemt af bij lage temperaturen. Het opladen van fietsaccu kun je dan ook het best binnenshuis doen. Of in ieder geval in een ruimte die op kamertemperatuur is. Wij adviseren om altijd een oogje in het zeil te houden tijdens het opladen. Laad de accu daarom liefst niet ’s nachts op. Zodra de accu opgeladen is, kan hij uit de lader gehaald worden. Let op! Sommige acculaders ontladen en laden de accu automatisch. Deze fietsaccu’s moet je in de lader bewaren om de lader zijn werk te kunnen laten doen. Of je een automatische acculader hebt, kun je nalezen in de gebruiksaanwijzing van je accu.
De actieradius van een accu voor een elektrische fiets kan bij lage temperaturen tot een kwart afnemen. Anders gezegd: in de winter haal je minder kilometers uit je accu dan in de zomer. Dit verschil kan oplopen tot 25 procent. Om je fietsaccu zo lang mogelijk goed te houden is het beste advies om hem te blijven gebruiken. Ook in de winter. Tussen de koude en barre winterdagen door, zijn er altijd wel een paar mooie dagen waarop je naar buiten kunt om een (kort) fietstochtje te maken op je elektrische fiets. Zorg er wel voor dat de accu op kamertemperatuur is als je gaat fietsen.
Stal je je fiets de hele dag buiten, bijvoorbeeld op het werk of bij het station, en heb je een afneembare accu? Neem hem dan mee en bewaar hem op een veilige, warme en droge plek. Er zijn speciale, thermische, draaghoezen beschikbaar waarin je de accu van je e-bike kunt bewaren. In de winter houdt zo’n hoes de accu langer op temperatuur en in de zomer houdt de hoes de accu wat koeler. Heb je geen afneembare accu en zit hij vast in het frame van je fiets? Probeer je fiets dan ergens binnen te stallen. Lukt dit niet, houd er dan rekening mee dat bij vrieskou de capaciteit van je accu afneemt. Gemiddeld betekent dit bij 10 uur buiten stallen een capaciteitsafname van 10-20 procent.
Extra tip: haal, indien mogelijk, het display van je elektrische fiets. Deze kan kapot vriezen.
Na je fietstocht moet je je accu opladen. Leg je accu daarvoor eerst minimaal een half uur in een ruimte die op kamertemperatuur is, zodat de accu kan opwarmen. Daarna kun je de fietsaccu veilig op de lader doen.
Nu je weet hoe je de accu gezond houdt in de winter, wil je misschien ook wel weten hoe je je (elektrische) fiets winterklaar maakt. Wij leggen je uit hoe je in de winter veilig de weg op kunt.


00

Verkeersregels E-bike

Een e-bike, iets voor u?
De elektrische fiets, of kortweg e-bike, is populair bij jong en oud, en het aanbod is enorm groot. Maar het is toch ook een behoorlijke investering. Als u overweegt om een e-bike aan te schaffen is het dus goed om vooraf te bedenken of een e-bike iets voor u is. Wij zetten de belangrijkste zaken voor u op een rij.

E-bike als alternatief voor de auto
Fietsen op een e-bike blijft echt fietsen. U moet nog steeds zelf trappen, maar het rijdt alsof u de wind in de rug hebt. Fijn dus, vooral bij langere afstanden of wanneer u minder kracht hebt en graag met trapondersteuning fietst. De e-bike kan dan een prima alternatief zijn voor de auto of (brom)fiets. Goed voor het milieu én voor uw gezondheid.

E-bike en verkeersveiligheid
Het grootste verschil tussen een e-bike en een ‘gewone’ fiets is de snelheid. Een e-bike haalt met gemak een snelheid van 20 tot 25 kilometer per uur. Dat is natuurlijk een van de grote voordelen van de e-bike, maar als gebruiker is het vaak wel even wennen. U hóeft overigens niet hard te rijden met een e-bike. De snelheid is begrensd tot 25 kilometer per uur, maar langzamer mag natuurlijk altijd.

Een e-bike valt in dezelfde categorie als een gewone fiets. Voor een e-bike gelden dan ook de verkeersregels die voor alle fietsers gelden.

Aanschaffen van een e-bike
Laat u goed informeren door uw fietsspecialist. Bespreek in ieder geval de volgende punten:

Waar gebruikt u de e-bike? Fietst u vooral op vlakke asfaltwegen of gebruikt u de fiets ook in heuvelachtig of bosrijk gebied?

Hoeveel kilometer fietst u maximaal per dag? Wat moet de actieradius van de accu zijn?

Wat is de plaats van de motor en de accu? Moet de accu afneembaar zijn?

Welk type rem en versnelling vindt u prettig?

Wat is het gewicht van de fiets? Wilt u de fiets achterop een auto mee kunnen nemen?

Veilig Verkeer Nederland adviseert mensen die een e-bike willen aanschaffen om een uitgebreide proefrit te maken. Probeer van alles uit tijdens de proefrit: remmen, sturen, bediening van de fiets, het gewicht van de fiets enzovoorts. Dit helpt om een goede keuze te maken en een fiets te vinden die bij u past.

Gaat u over tot aanschaf van een e-bike, neem ook dan de tijd om rustig te wennen aan het fietsen met een e-bike. Zorg dat de fiets goed is afgesteld op uw lengte.


00

De fietshelm: een slimme keuze

Hoewel het dragen van een fietshelm niet verplicht is, is het toch belangrijk voor de veiligheid van fietsers in het verkeer. Er zijn echter enorm veel verschillende modellen op de markt. Hoe kies je uit dat aanbod het juiste exemplaar uit voor jezelf? Waar moet je op letten bij de aankoop?

Een fietshelm voor jezelf

Ook een degelijke fietshelm voor volwassenen is een goede investering. De helm moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

• De helm moet het Europese homologatielabel EN 1078 dragen.

• Hij moet het volledige hoofd bedekken, zonder het zicht te belemmeren.

• De bandjes moeten goed aansluiten, maar mogen ook niet te strak zitten. De driehoek die wordt gevormd door de kinband moet juist onder de oren uitkomen voor een goed evenwicht van de helm. Als je met je hoofd schudt, moet de helm goed blijven zitten. Zit de helm te los, dan kan je eventueel wat extra beschermende pads invoegen.

• De helm moet licht en goed geventileerd zijn voor extra comfort.

• Als je op een mountainbike rijdt, moet de helm zeker licht zijn. Je kan hem eventueel voorzien van een vizier tegen de regen en opspattende modder.

• Rij je op een BMX of crossfiets, dan kies je beter voor een integraalhelm die het hele hoofd beschermt.

Wanneer moet je de fietshelm vervangen?

• Na een val op de helm moet deze altijd worden vervangen. Ook al ziet de helm er aan de buitenkant misschien nog goed uit, hij kan van binnen scheurtjes of zwakke plekken hebben gekregen die niet altijd zichtbaar zijn.

• Als de helm zichtbaar beschadigd is (barsten, onderdelen die loskomen …), ook al is die beschadiging minimaal.

• Als je van type fiets verandert: een helm voor mountainbikes is bijvoorbeeld niet geschikt voor crossfietsen of voor gewone fietsen en omgekeerd.

• Over het algemeen wordt aangeraden de helm om de vijf jaar te vervangen omdat bepaalde onderdelen dan beginnen broos te worden.

Nog een laatste aanbeveling voor onderweg: vergeet niet om je helm altijd goed vast te maken, ook voor korte afstanden. En … gebruik nooit je smartphone tijdens het fietsen!

Bron: Secunews


00

Vakantietip: Vervoer in kampeerauto

Afbeeldingsresultaat voor kampeerauto
Bron: ANWB

Tijdens het rijden mogen alleen zitplaatsen worden gebruikt die daarvoor zijn bedoeld. Welke zitplaatsen zijn dat en is een autogordel verplicht?

Hoeveel zitplaatsen?
Op het kentekenbewijs van een nieuwere kampeerauto staat hoeveel zitplaatsen hij heeft. Deze plaatsen zijn voorzien van gordels. Dan is het simpel: zitplaatsen met gordels mogen gebruikt worden tijdens het rijden, andere plaatsen niet. In oudere kampeerauto’s staat het aantal zitplaatsen niet op het kentekenbewijs. Daar mogen tijdens het rijden alle zitplaatsen worden gebruikt die gordels hebben. Oudere campers kunnen zitplaatsen hebben waarop geen gordels zitten, maar die wel bedoeld zijn voor gebruik tijdens het rijden. Dat was destijds niet verplicht.

Gordelplicht
Of en waar gordels aanwezig moeten zijn, hangt af van de leeftijd van een auto, en bij een kampeerauto ook nog van de vraag of hij is gebaseerd op een personenauto of op een bedrijfsauto (dat is te zien aan het kenteken). De regeling is te ingewikkeld om hier weer te geven, meer informatie kunt u opvragen bij het RDW.

Vervoer van personen zonder gordel?
Het uitgangspunt volgens de Nederlandse wet: Bestuurders van een motorvoertuig en hun passagiers maken gebruik van de voor hen beschikbare autogordel. Zijn er dus plaatsen met autogordel, gebruik die dan zoveel mogelijk. Nog een wetsregel: Er mag slechts één passagier per gordel.

Buitenland

In het buitenland kunnen de regels afwijken van die in Nederland. Uitgangspunt: waar in een auto een gordel moet zitten, gelden de Nederlandse eisen. Voor het gebruik van de gordels gelden dan de buitenlandse voorschriften.

Advies
Op iedere zitplaats met gordel vervoer je maximaal één passagier. Maak gebruik van iedere aanwezige gordel. Vervoer met gordel is natuurlijk veel veiliger dan zonder. Kinderen tot 3 jaar mogen nooit zonder goed bevestigd kinderzitje vervoerd worden.


00

Waar mag ik parkeren met een parkeerschijf?

ProPlus parkeerschijf 12 x 10 cm blauw

U mag met een parkeerschijf parkeren in de blauwe zone (parkeerschijfzone). Dit geldt alleen voor motorvoertuigen op meer dan 2 wielen.

Parkeerschijf verplicht in blauwe zone
U herkent de parkeerschijfzone aan het verkeersbord E10. Op dit bord staat de maximale parkeertijd.

Informatie over blauwe zone bij uw gemeente
Niet elke gemeente heeft blauwe zones. Voor informatie over de blauwe zones en het parkeerbeleid kunt u terecht bij de gemeente.

Gehandicaptenparkeerplaats en parkeerschijf
Staat u op een parkeerplaats voor gehandicapten met een bord waarop een maximale parkeerduur staat? Dan moet u ook een parkeerschijf gebruiken.

Gehandicaptenparkeerplaatsen met een maximale parkeerduur hoeven geen blauwe streep te hebben.

Model parkeerschijf
Het model van de parkeerschijf staat in het Besluit parkeerschijf. Hierin leest u ook waaraan een parkeerschijf moet voldoen.

Uw motor parkeren in parkeerschijfzone
U mag uw motor (op 2 wielen) in een blauwe zone parkeren. Hiervoor hoeft u geen parkeerschijf te gebruiken. Maar u moet de motor wel parkeren op een parkeerplaats met een blauwe streep. Of op een plaats die is aangeduid als parkeerplaats.


00

Verkeersboetes Nederland

00

https://s.s-bol.com/imgbase0/imagebase3/large/FC/4/8/4/2/9200000051732484.jpg

Je hoopt het natuurlijk niet, maar wat als je de verkeersregels in Nederland overtreedt? Hoe zit het dan met de boete?

Boetes

  • De vermelde bedragen zijn exclusief € 9 administratiekosten.

Snelheidsovertreding

Binnen de bebouwde kom

  • Snelheidsoverschrijding:
  • 5 km/h: € 34.
  • 10 km/h: € 72.
  • 15 km/h: € 133.
  • 20 km/h: € 191.
  • 25 km/h: € 256.
  • 30 km/h: € 334.
  • Meer dan 30 km/h: strafbeschikking.

Buiten de bebouwde kom

  • Snelheidsoverschrijding:
  • 5 km/h: € 32.
  • 10 km/h: € 67.
  • 15 km/h: € 129.
  • 20 km/h: € 183.
  • 25 km/h: € 241.
  • 30 km/h: € 317.
  • Meer dan 30 km/h: strafbeschikking.

Autosnelwegen

  • Snelheidsoverschrijding:
  • 5 km/h: € 31.
  • 10 km/h: € 63.
  • 15 km/h: € 118.
  • 20 km/h: € 170.
  • 25 km/h: € 223.
  • 30 km/h: € 284.
  • 35 km/h: € 348.
  • Meer dan 35 km/h: strafbeschikking.

Door rood licht rijden

  • € 240.

Overtreding inhaalverbod

  • € 240.

Overschrijden doorgetrokken streep

  • € 240.

Parkeerovertreding

  • € 95 (fout parkeren).
  • Op gehandicaptenparkeerplaats € 380.

Niet verlenen van voorrang

  • € 240.

Rijden zonder veiligheidsgordel

  • Of rijden zonder geschikt en goedgekeurd kinderstoeltje.
  • € 140.

Gebruik mobiel apparaat tijdens het rijden

  • € 240.

Rijden onder invloed

  • 0,22-0,81‰: € 300 (geldt alleen voor beginnende bestuurder).
  • 0,54-0,80‰: € 325.
  • 0,81-1,00‰: € 425.
  • 1,01-1,15‰: € 550.
  • 1,16-1,30‰: € 650.
  • Voor brom- en snorfietsers gelden andere tarieven.

Overtreding milieuzone

  • € 95.

Informatie

Boeteafhandeling

  • De meest voorkomende (lichte) verkeersovertredingen worden langs administratiefrechtelijke weg afgedaan, zwaardere verkeersovertredingen met een strafbeschikking.
  • Zware overtredingen zoals flinke snelheidsovertredingen of rijden onder forse invloed van alcohol vallen onder het strafrecht. De officier van justitie van het Openbaar Ministerie (OM) kan voor een aantal veelvoorkomende verkeersovertredingen zelf straffen opleggen. Dit kan door middel van een OM-strafbeschikking. Een strafbeschikking is meestal een boete en wordt door het CJIB verzonden.
  • De officier van justitie kan geen gevangenisstraf opleggen, dat blijft een taak van de rechter. Dat is bijvoorbeeld het geval bij overtredingen waarbij iemand gewond raakt of overlijdt. Ook kan dat het geval zijn bij herhaaldelijke zware overtredingen (recidive).
  • Een strafbeschikking wordt gedocumenteerd, je krijgt dus een strafblad. Als een bestrafte het niet eens is met deze strafbeschikking dan kan er bezwaar gemaakt worden door verzet in te stellen bij het OM. De strafrechter zal de strafzaak dan in zijn geheel opnieuw beoordelen.
  • Uitgebreide informatie is te vinden op anwb.nl/juridisch-advies/in-het-verkeer/verkeersovertreding-nl/verkeersboete-ontvangen.
  • Informatie over bezwaar en beroep zie anwb.nl/juridisch-advies/in-het-verkeer/verkeersovertreding-nl/bezwaar-en-beroep.

00

Pas op voor de teek!

00

Afbeeldingsresultaat voor teek

De bijzonder milde winter en een waarschijnlijk net zo mild voorjaar zullen naar verwachting zorgen voor een vervelend tekenseizoen. Inmiddels zijn de eerste teken al weer in de natuur gesignaleerd.
De veel te hoge temperatuur voor deze tijd van het jaar zorgde eind februari al voor een grote tekenactiviteit, zo bleek uit de meldingen van tekenbeten via www.tekenradar.nl. Het aantal meldingen nam rap toe. De verwachting is dat de tekenoverlast nog sterk toe zal nemen.
Controleer de huid
Helemaal voorkomen van tekenbeten gaat niet lukken. Wel kun je enigszins preventief kleding dragen. Een lange broek dragen in hoger gras voorkomt dat meelifters het al te makkelijk krijgen. Het is wel verstandig om na een bezoek aan de natuur altijd de huid goed te controleren. Teken kunnen op de meest rare plekken gaan zitten, die niet altijd voor de hand liggen, zoals in je knieholte, in de liezen of achter het oor.
Controle
Verwijder de teek met een speciale tekentang en noteer vervolgens de datum van de tekenbeet. Als je na een tijdje een rode kring ziet rond de beet is het belangrijk om naar de huisarts te gaan voor behandeling. Teken kunnen namelijk ook de ziekte van Lyme verspreiden. Overigens kan lyme ook worden overgedragen zonder dat er een rode kring zichtbaar is geweest. Wees daarom alert op (vage) ziekteverschijnselen.


00

Wat zijn de regels als alle fietsers tegelijk groen krijgen?

Afbeeldingsresultaat voor verkeerslicht fietsers

Door Charmain Zwijnenberg 19 januari 2019
Hoe zit het nou precies  met de kruispunten waarop fietsers uit alle richtingen tegelijk groen krijgen. Goede vraag, want eerlijk, ook wij komen op zo’n kruispunt weleens in de knoop met andere fietsers. Wie mag eerst? Gelden de haaientanden? Of heeft rechts voorrang? Wij zochten het uit.

Haaientanden
In Enschede geldt op verschillende kruispunten het ‘alle richtingen tegelijk groen’-principe. Zijn de haaientanden dan van kracht? Mayk Thijssen, verkeersadviseur bij de politie, meldt op enschedefietsstad.nl dat haaientanden alleen gelden als de verkeerslichten niet werken. Het stoplicht gaat boven alle andere verkeerstekens- en regels. Is het stoplicht groen, dan mag je dus fietsen. Werkt het verkeerslicht niet? Dan zijn de haaientanden wel van toepassing.

Geef het door, rechts gaat voor?
Nee, de slogan ‘geef het door, rechts gaat voor’ mag je op deze kruispunten even vergeten, want ook deze regel is hier niet van kracht.

Geven en nemen
Maar wat dan wel? Volgens Mayk moet je gewoon goed opletten wat de andere fietsers doen. Een kwestie van geven en nemen dus. Dat blijkt ook uit de laatste uitspraak van de rechter hierover: bij een ongeluk hebben beide fietsers elk vijftig procent schuld. Goed opletten dus!

Enschedese uitvinding
Leuk feitje: ‘alle richtingen tegelijk groen’ is een Enschedese uitvinding. Dat stelt oud-wethouder verkeer Hans van Agteren op enschedefietsstad.nl. Verschillende steden, waaronder Groningen en Deventer, hebben dit principe overgenomen.


00

Dit zijn de huidige verkeersregels

Bron: Plus Online

Maar liefst 40 procent van de verkeersregels zijn de afgelopen vijftien jaar veranderd. Hoog tijd voor een overzicht van de nieuwste regels. Al dan niet bekend.

Nieuwe strepen
Strepen op de weg geven duidelijkheid over hoe hard u mag rijden en of u wel of niet mag inhalen. De nieuwste strepen zijn:

  • Dubbele witte middenstrepen met groene kleur ertussen. Betekent: maximaal 100 kilometer per uur (km/uur);
  • Dubbele witte middenstrepen zonder groene kleur. Betekent: maximaal 80 km/uur;
  • Is er geen middenstreep, dan mag u maximaal 80 km/uur. Let op, dit geldt niet als er langs de weg een bord staat met 60 km/uur.

Strepen veranderen niets aan bestaande verkeersregels. En verkeersborden gaan altijd vóór strepen.

Milieu zones
Steeds meer gemeenten voeren milieu zones in. De meeste milieu zones gelden alleen voor vrachtwagens. In zo’n gebied mogen alleen vrachtwagens rijden met een roetfilter. In Utrecht en Rotterdam zijn ook milieu zones voor personenauto’s. Welke auto’s mogen daar wel rijden en welke niet? Dat kunt u vinden op www.utrecht.nl en www.rotterdam.nl.
In Rotterdam gaat het dan bijvoorbeeld om personenauto’s die op diesel rijden en voor 2001 op kenteken zijn gezet. Of om auto’s op benzine en lpg die voor 1 juli 1992 op kenteken zijn gezet. Amsterdam heeft per 1 januari een milieu zone voor bestelauto’s ingevoerd. Houd de website www.milieuzones.nl in de gaten. Want waarschijnlijk zullen er meer milieu zones voor personenauto’s bijkomen.

Geen rouwstoet doorkruisen
Sinds 2010 is het niet meer toegestaan een rouwstoet te doorkruisen. De regeling geldt alleen op gelijkwaardige kruispunten. Dus niet bij verkeerslichten en voorrangswegen en haaientanden. Het eerste voertuig van de rouwstoet moet zich aan de normale voorrangsregels houden. Bovendien moet een rouwstoet herkenbaar zijn aan twee officiële (zwarte) vlaggen. Een rouwstoet die van links komt of afslaat op een gelijkwaardig kruispunt heeft voorrang.

Nieuwe regels voor automobilisten

  • Sinds 1 mei 2009 moet u de uitrijstrook blijven volgen als u via die strook de rijbaan verlaat. Vanaf het punt waar er pijlen op de weg staan mag u niet meer terug. Zo de file inhalen kan u een boete opleveren.
  • De turborotondes zijn aan een opmars bezig. Ze vervangen grotere kruispunten en kruispunten buiten de bebouwde kom. Meer rijstroken, van elkaar gescheiden door verhogingen. Van rijstrook wisselen en helemaal rond rijden is niet mogelijk.
  • Op snelwegen geldt tegenwoordig een maximumsnelheid van 130 kilometer per uur. Op sommige trajecten mag u vanwege milieu en verkeersveiligheid maximaal 100 of 120 kilometer per uur. Tussen 6 en 19 uur mag u op sommige trajecten maximaal 100 of 120 kilometer per uur, en laat in de avond of ’s nachts wel maximaal 130 kilometer per uur.
  • U mag niet meer inzittenden vervoeren dan er gordels zijn op de zitplaatsen. Heeft u twee gordels op de achterbank, mogen er geen drie personen zitten.

Nieuwe regels voor bromfietsers en snorfietsers

  • De maximumsnelheid voor bromfietsers en gemotoriseerde gehandicapten-voertuigen is tegenwoordig 45 kilometer per uur. Op de rijbaan.
  • Op het fietspad is de maximumsnelheid voor deze weggebruikers 30 kilometer per uur binnen de bebouwde kom en 40 kilometer per uur buiten de bebouwde kom.
  • De politie kan het kentekenbewijs invorderen als een brommer of scooter is opgevoerd. Hoeveel de brommer of scooter is opgevoerd doet er niet meer toe.
  • Ook bestuurders van een snorfiets mogen geen mobiele telefoon meer vasthouden. Voor bestuurders van andere gemotoriseerde voertuigen was dit al verboden.

Nieuwe regels voor fietsers

  • In steeds meer gemeenten is een fietsstraat. Ze hebben een rode bestrating. Fietsers kunnen op een brede baan fietsen en auto’s rijden er rustig achteraan. Let op, want niet alle automobilisten zijn bekend met het fenomeen van de fietsstraat.
  • Ook nieuw: fietsverkeerslichten met het onderbord ‘Tegelijk groen’. Fietsers uit alle richtingen krijgen tegelijk groen licht. U mag zelfs diagonaal oversteken. Goed opletten dus!
  • Sommige snelle e-bikes worden als snorfiets (maximaal 25 kilometer per uur) of bromfiets (maximaal 45 kilometer per uur) beschouwd. Wilt u met zo’n e-bike rijden, moet u het rijbewijs AM hebben. Op een 45 km-fiets moet u bovendien verplicht een helm op.
  • Voor gewone elektrische fietsen gelden (nog) geen aparte regels. Maar ook op zo’n e-bike is het zaak extra alert te zijn. Want wie harder rijdt, heeft minder tijd om te reageren en staat minder snel stil.

00

De 7 grootste gevaren voor fietsers

Gerelateerde afbeelding

Bron: ANWB

Nederland is een fietsland. En met het meeste aantal kilometers aan fietspaden ter wereld is het een veilig fietsland – maar niet zonder gevaren. Meer dan de helft van de verkeersgewonden die in het ziekenhuis beland blijkt fietser te zijn, waaronder het merendeel 50-plussers blijkt uit onderzoek van het SWOV.

Auto’s vormen nog altijd het dodelijkste gevaar voor fietsers. Maar de meeste ernstig gewonden vallen tijdens fietsongelukken waarbij geen enkel motorvoertuig was betrokken. Bij een derde van de ongevallen botste een fietsende 50-plusser tegen een andere langzamere verkeersdeelnemer aan. 75-plussers bleken vooral betrokken bij valpartijen.

Elektrische fietsen in het verkeer.

Meer dan een derde (39 procent) van de slachtoffers reed op een elektrische fiets. De fietsslachtoffers kwamen ten val omdat ze uit balans raakten, tegen een obstakel reden of met een andere fietser of snorfietser botsten. Bij het opkomen van de elektrische fiets zijn speciale wetten en regels opgesteld om het e-bike verkeer zo veilig mogelijk te laten verlopen.

Te smalle paden en verkeerd afgestelde fietsen.

Ruim een kwart van de ongelukken komt door te smalle fietspaden en fietsstroken, aldus SWOV. Er is te weinig ruimte om te kunnen uitwijken en te kunnen inhalen.

Maar ook de fietsers en de fietsenmakers gaan niet vrijuit. Een te hoog afgesteld zadel zorgt ook voor ongelukken. Dit komt doordat een fietser de grond niet kan aanraken als de fiets tot stilstand komt.

De 7 grootste gevaren.

Hieronder vindt u het overzicht van de zeven allergrootste gevaren voor fietsers.

  • Fietser raakt in problemen door mensen die niet aan het verkeer deelnemen: een fietser wordt per ongeluk geraakt door een autoportier of iets dat plotseling voor zijn wielen valt.
  • Fietser raakt uit balans op een helling als hij bijvoorbeeld plotseling moet afremmen voor een andere weggebruiker. Hij verliest zijn evenwicht en valt.
  • Fietser botst tegen een trottoirband of belandt in de berm. De fietser raakt de macht over het stuur kwijt.
  • Fietser wordt verrast door paaltje in het wegdek en komt ten val.
  • Fietser wordt afgeleid en botst op een tegenligger of valt in de berm. Of doordat een fietser omkijkt en op de verkeerde weghelft terecht komt.
  • Fietser ziet door de bomen het bos niet meer: werkzaamheden worden onduidelijk aangegeven of een scherpe bocht volgt direct op een steile helling.
  • Fietser krijgt of verleent geen voorrang op onoverzichtelijke kruisingen. Twee fietsers zien elkaar te laat en botsen. 50-plussers zijn vaak de dupe hiervan.

——-

Verkeerstips – Bumperkleven

Afbeeldingsresultaat voor bumperkleven

Bumperkleven is het in het verkeer gedurende langere tijd op een dermate korte volgafstand van een voorganger rijden of varen dat in het geval van een noodstop van de voorganger op tijd stoppen niet meer mogelijk is. Het grootste deel van kop-staartbotsingen in het wegverkeer is een direct gevolg van bumperkleven. Met opzet bumperkleven kan als verkeersagressie aangemerkt worden.

Oplossing:

Tweesecondenregel

De twee seconden regel is een vuistregel voor de door de Nederlandse politie aanbevolen afstand tussen voertuigen in het verkeer. De regel zegt dat er idealiter twee seconden tijd verstrijkt tussen het passeren van een bepaald punt door een voertuig en het voertuig daarna. Deze regel dient er vooral voor om kop-staartbotsingen te voorkomen. De regel is verder zo geformuleerd dat ze makkelijk te onthouden is en dat ook al rijdend makkelijk te controleren is of men aan de regel voldoet.

In de praktijk rijden auto’s op de drukke Nederlandse en Belgische autosnelwegen veel dichter op elkaar.


00

De fietsstraat: welke regels gelden daar?

Afbeeldingsresultaat voor fietsstraat enschede

Bron: ANWB en Veilig Verkeer Nederland.

Steeds meer gemeenten kiezen ervoor sommige straten als fietsstraat in te richten. Een goed initiatief, maar helaas verstaan fietsers en automobilisten elkaar niet altijd even goed. Vraag is dan ook: welke verkeersregels gelden er eigenlijk in de fietsstraat?

Fietsstraten zijn over het algemeen te herkennen aan het – soms gedeeltelijke – rode wegdek en borden met de tekst ‘Fietsstraat – Auto te gast’. Door een straat als fietsstraat aan te merken, wil de gemeente ervoor zorgen dat het autoverkeer afneemt. Daarnaast dwingt de inrichting van een fietsstraat de automobilist tot het verlagen van zijn snelheid.

Juridische status fietsstraat.

De fietsstraat heeft juridisch gezien geen enkele status. Dat geldt eveneens voor het verkeersbord ‘Fietsstraat – Auto te gast’: dit bord staat niet in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens. Zodoende is de fietsstraat feitelijk een fietspad, maar dan wel eentje waarop ook gemotoriseerd (auto)verkeer is toegestaan.

Auto ondergeschikt.

Kern van het principe van de fietsstraat is dat de auto er te gast is. De positie van de auto is dan ook ondergeschikt aan die van de fiets. Omdat de fietsstraat geen wettelijke status heeft, mag elke gemeente zelf bepalen hoe zij een fietsstraat inricht.

Verkeersregels.

In een fietsstraat gelden de verkeersregels zoals aangegeven in die straat – hetzij met verkeersborden, hetzij met verkeerstekens op het wegdek. Volgens de wet mogen er maximaal twee fietsers naast elkaar fietsen; dit geldt dus ook in een fietsstraat. En als er in de fietsstraat een gelijkwaardig kruispunt ligt, dan hebben álle bestuurders van rechts voorrang – dus ook fietsers.

Fietser wettelijk beschermd..

Fietsers – en ook voetgangers – hebben overigens een speciale wettelijke bescherming: het Nederlandse recht ziet hen als ‘zwakke verkeersdeelnemers’. In de praktijk betekent dit dat de gemotoriseerde verkeersdeelnemer de schade van een ongeval met een fietser of voetganger altijd moet vergoeden, tenzij hij onomstotelijk kan bewijzen dat hij er alles aan heeft gedaan om het ongeval te voorkomen. De gemotoriseerde verkeersdeelnemer kan de kosten van deze schadevergoeding overigens wel weer verhalen op zijn aansprakelijkheidsverzekering.


00

Rotonde en verkeersregels.

Bron: Fietsersbond VZW

Een rotonde wordt aangeduid met de verkeersborden D5 en B1.
Wie een rotonde oprijdt, moet voorrang geven aan het verkeer dat zich al op de rotonde bevindt.
U rijdt een rotonde altijd op tegen de richting van de wijzers in. Enkel wanneer u een rotonde verlaat, bent u verplicht de richting aan te wijzen met de rechterarm.

Afbeeldingsresultaat voor rotonde bord

Veilig fietsen op rotondes:

  • Vertraag als u een rotonde nadert, kijk links achterom en op de rotonde of er verkeer nadert.
  • Anticipeer: als het naderende verkeer toelaat om op een veilige manier de rotonde op te rijden, neemt u een korte bocht naar rechts en rijdt u de rotonde op.
  • Anticipeer: kijk bij elke afslag links achterom om u ervan te verzekeren dat u veilig verder kan (kijken of de auto vertraagt, uitwijkt en/of knippert naar rechts, probeer oogcontact te maken met de bestuurder).
  • Anticipeer: kijk bij elke afslag ook rechts om u ervan te verzekeren dat de naderende bestuurders u voorrang verlenen.
  • Anticipeer: houd er altijd rekening mee dat niet alle bestuurders de voorrangsregels naleven en geef uw voorrang af als dat nodig blijkt.
  • Wilt u de rotonde verlaten, kijk dan links achterom en steek uw rechterarm uit.
  • Bij een rotonde zonder fietspad fietst u best in het midden van het rij-vak.
  • Geef voorrang aan voetgangers die de weg oversteken.

Als u de arm uitsteekt bij het afslaan, weten de andere weggebruikers perfect wat u van plan bent en kunnen zij hiermee rekening houden. Uw arm uitsteken is verplicht als het mogelijk is. Als het moeilijk of onveilig is, doet u het beter niet. U moet uzelf en anderen niet onnodig in gevaar brengen.


00

Verkeersregels op een kruising

Afbeeldingsresultaat voor regels kruising

Op een kruising kan het behoorlijk misgaan als we ons niet aan de regels houden. Het is dus goed om het geheugen op te frissen wat betreft de verkeersregels op kruisingen. Wat zijn eigenlijk de verkeersregels op een kruispunt?

Wat is een gelijkwaardige kruising?

Een gelijkwaardige kruising is een kruising waarbij de voorrang niet wordt geregeld via verkeerslichten, verkeersborden, haaientanden of andere markeringen op de weg. Hoe bepaalt u dan in zo’n situatie wie er voorrang heeft?

Rechts gaat voor

De belangrijkste regel op een gelijkwaardige kruising gelijkwaardig kruispunt is dat alle bestuurders die van rechts komen voorrang hebben. U moet dus niet alleen auto’s voor laten gaan, maar ook fietsers, snorfietsers, bromfietsers, motorrijders, brommobielen, invalidenvoertuigen, wagens, ruiters en geleiders van rijdieren, trekdieren of vee als ze van rechts komen.

Rechts gaat echter niet altijd voor. Er zijn enkele uitzonderingen:

  • Onverharde weg: als u op een onverharde weg rijdt, dan moet u ook aan bestuurders van links voorrang verlenen;
  • Oprit of uitrit: ook als u van een oprit of uitrit komt, dan moet u links voor laten gaan.
  • Trams: op een gelijkwaardige kruising heeft een tram altijd voorrang, ook als deze van links komt;
  • Voorrangsvoertuigen: aan politieauto’s, brandweerauto’s en ambulances die hun zwaailicht en sirene gebruiken moet u altijd voorrang verlenen;
  • Militaire colonne: het eerste voertuig in de colonne moet zich aan de voorrangsregels houden. Is deze u al gepasseerd, dan moet u wachten totdat de hele colonne u voorbij gereden is;
  • Als voorrang anders geregeld is: via verkeerslichten, verkeersborden, haaientanden of andere markeringen op de weg.

Op een kruising gelden andere verkeersregels.

Er gelden nogal wat andere belangrijke verkeersregels bij (kruisingen) kruispunten. Verkeer dat op een kruising rechtdoor gaat, heeft bijvoorbeeld altijd voorrang. Als u zelf afslaat moet u dit verkeer dus voor laten gaan. Tevens mag u de kruising niet blokkeren. Tenslotte moet u alle verkeersdeelnemers voor laten gaan als u speciale handelingen verricht. Onder (speciale handelingen) bijzondere verrichtingen verstaan we bijvoorbeeld parkeren, wegrijden, achteruitrijden, keren of invoegen.


00

Kent u de verkeersregels op woonerven?

verkeersbord woonerf

In een woonerf heeft de verblijfsfunctie (lopen, spelen, ontmoeten enzovoorts) prioriteit boven de verkeersfunctie van de weg. Hierdoor gelden in een woonerf (officieel “erf” genoemd) aparte verkeersregels.

Aan onderstaand bord kunt u zien dat u een woonerf inrijdt:

Op het woonerf gelden de volgende regels:

Binnen een erf mag alleen stapvoets worden gereden – maximaal 15 km/uur). Deze maximumsnelheid vloeit voort uit een arrest van de Hoge Raad.

In woonerven zijn alle kruispunten gelijkwaardig. Dit betekent dat ALLE bestuurders van rechts voorrang hebben.

Voetgangers (ook kinderen) mogen de hele breedte van de openbare weg gebruiken om te lopen of spelen. Om de indruk te vermijden dat er onderscheid is tussen de rijbaan en het trottoir, zijn in een woonerf daarom geen verhoogde trottoirs aanwezig.

Parkeren mag alleen op de daarvoor bestemde plaatsen. Deze parkeervakken zijn voorzien van de letter “P” of een P-bord.

Bestuurders die het woonerf vanaf de weg binnenkomen, of die het woonerf verlaten, moeten het overige verkeer (dus óók voetgangers) voorrang verlenen. Daarbij is de in-/uitgang van een woonerf vormgegeven als een uitrit met doorlopend trottoir.

Werk mee aan een veilig woonerf.

Met de regels wordt getracht een basis te leggen voor het veilig gebruik maken van de openbare weg. Dit geldt voor zowel gemotoriseerd als niet-gemotoriseerd verkeer en voetgangers. Rijdend verkeer mag voetgangers niet hinderen. Andersom mogen voetgangers en spelende kinderen rijdend verkeer niet onnodig belemmeren. Alleen wanneer iedereen zich houdt aan deze regels worden ongelukken zoveel mogelijk voorkomen. Denk hierbij vooral aan kinderen. Kinderen kunnen niet altijd de gevolgen van hun gedrag overzien wanneer ze op straat spelen. Parkeer daarom uw auto op uw eigen oprit en pas wanneer het niet anders kan in de daartoe bestemde vakken. Laat ook uw gasten de auto parkeren in de daartoe bestemde vakken c.q. op uw eigen oprit.

Pas uw snelheid aan en rijd alleen stapvoets.

Help elkaar aan deze regels te herinneren en spreek elkaar aan wanneer men de regels even vergeten is. Via bekeuringen alleen, maken we het niet veiliger op uw woonerf. Daarom verzoeken wij alle bewoners gezamenlijk de woonerven in Noordwest een veilige en fijne plek te houden. Kleine moeite, groot plezier!


00

Waar mag ik met een gehandicaptenparkeerkaart parkeren?

Vierkante parkeerborden "Gehandicapten"

Met een gehandicaptenparkeerkaart mag u op 3 soorten gehandicaptenparkeerplaatsen uw auto parkeren. Daarnaast mag u parkeren op plaatsen waar het bord ‘Verboden te parkeren’ staat. Ook kunt u soms gratis parkeren op een gewone parkeerplaats bij een parkeermeter. Op sommige parkeerplaatsen moet u een parkeerschijf gebruiken.

Gehandicaptenparkeerplaatsen.

Er zijn 3 soorten gehandicaptenparkeerplaatsen waar u met een gehandicaptenparkeerkaart uw auto mag parkeren.

Algemene gehandicaptenparkeerplaats.

U herkent een algemene gehandicaptenparkeerplaats aan een blauw verkeersbord met een witte P en een wit rolstoelsymbool (verkeersbord E6). Bij het verkeersbord kan op de bestrating een groot wit kruis staan. Alleen voertuigen met een gehandicaptenparkeerkaart mogen hier parkeren.

Gehandicaptenparkeerplaats op kenteken.

Een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken is een gereserveerde parkeerplaats. Bijvoorbeeld bij een woonhuis. Onder het blauwe bord met het rolstoelsymbool hangt een wit bord met een kenteken. Alleen de auto of het gehandicaptenvoertuig met dit kenteken mag hier staan.

Gehandicaptenparkeerplaats op kenteken met tijdsaanduiding.

Een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken met tijdsaanduiding is een gereserveerde parkeerplaats. Het is een parkeerplaats op een plek waar u op vaste tijden komt. Bijvoorbeeld uw werk. Onder het bord met kenteken hangt een wit bord met dagen en tijden. Binnen deze uren mag alleen u hier parkeren. Op andere uren mogen ook anderen op deze plaats parkeren.

Gehandicaptenparkeerplaats met parkeerschijf.

Bij een gehandicaptenparkeerplaats kan een bord staan met een maximale parkeerduur. U moet dan een parkeerschijf gebruiken. Gehandicaptenparkeerplaatsen voor een maximaal aantal uren hoeven geen blauwe streep te hebben.

Gewone parkeerplaats bij parkeermeter.

Soms kunt u met uw gehandicaptenparkeerkaart gratis parkeren op een gewone parkeerplaats bij een parkeermeter. Dit kan in ongeveer de helft van de Nederlandse gemeenten. In de andere gemeenten moet u dus wel betalen bij een parkeermeter of een automaat. Voor de regels hierover kunt u contact opnemen met de gemeente of de lokale dienst parkeerbeheer.

Parkeren bij een parkeerverbod.

Met een gehandicaptenparkeerkaart mag u parkeren op plaatsen waar het bord ‘Verboden te parkeren‘ staat (E1). Omdat u hier maximaal 3 uur mag staan, moet u een parkeerschijf gebruiken. Dit is uitsluitend toegestaan als het parkeren -rechtstreeks verband houdt met het vervoer van een gehandicapte.

00