Verkeer en Weer

Tips en informatie over alles wat met verkeer en weer te maken heeft

000000


00

Rijden met gladheid Winterbanden Autoruit krabben
De weg te delen met vrachtwagens Laagstaande zon, mooi maar gevaarlijk Veilig rijden in de herfst
Legionella Medicijnenverklaring Veilige fietsverlichting
Autorijden met warm weer Fietsen en wandelen met warm weer 9 Twentse flitspalen
Pas op voor de Teek! De fietshelm: een slimme keuze Verkeersregels E-bike
Verkeersregels E-bike Vervoer in kampeerauto Rotonde en verkeersregels
Parkeren met parkeerschijf Verkeersregels op een woonerf Verkeersboetes in Nederland
Parkeren gehandicapten-parkeerkaart Alle fietsers tegelijk groen.. en dan? Verkeersregels op een kruising
Grootste gevaren voor fietsers Levensduur fietsaccu verlengen Fietsstraat, welke regels gelden daar?
Huidige verkeersregels Bumperkleven

00


oo

Kijk op Buienradar voor de actuele weersvoorspelling

00

0000000000


00

ANWB: tips rijden met gladheid.

Afbeeldingsresultaat voor rijden bij gladheid


1. Houd afstand
Zorg voor extra ruimte op de weg vóór je. Die paar meter extra geeft je meer tijd om te reageren op onverwachte gebeurtenissen. Maakt je voorganger een noodstop, dan heb je een paar tellen extra om (beheerst) te remmen. En – niet onbelangrijk – degene achter je ook. Ga niet op iemands bumper hangen omdat je haast hebt. Bij invoegen geldt hetzelfde. Neem de tijd en de ruimte om rustig, met gepaste snelheid in te voegen.

2. Kijk ver voor je uit
Kijk vér voor je uit, dan stuur je meestal vanzelf in de goede lijn. En ook dat gaat beter als je niet te dicht achter je voorganger rijdt. Het lijkt misschien niet nodig, die extra tijd. Maar iedere seconde én meter telt als je onverwachts in een slip terechtkomt.

3. Trek rustig op
Soms is optrekken vanuit stilstand al meteen een uitglijder. Voor je het weet graven de slippende banden zich dieper in de sneeuw en komt de auto helemaal niet meer van zijn plek. Wegrijden in z’n twee kan helpen. Geef weinig gas en laat de koppeling heel rustig opkomen. Dat kan ook prima in de eerste versnelling. Probeer al je handelingen beheerst en rustig te doen. Stuur gelijkmatig, rem niet abrupt. Stuur bochten niet te scherp in. Veiligheidssystemen als ESC (ESP) kun je bij optrekken vanuit stilstand op gladde ondergrond soms beter even uitschakelen. Ze kunnen het wegrijden in de sneeuw juist bemoeilijken. Zet – zodra je rijdt – ESC (ESP) direct weer aan!

4. Remmen: soms hard
Moet je een noodstop maken, dan wil je dat het ABS (antiblokkeersysteem) optimaal functioneert. Ga dus niet steeds ‘pompend’ remmen. ABS werkt alleen als je de remdruk hoog houdt. Trap – bij voorkeur tegelijkertijd – hard op de rem en de koppeling. Schrik niet als je rempedaal gaat trillen of als je rare geluiden hoort. ABS zorgt ervoor dat je wielen blijven draaien (anti-blokkeren dus). Daardoor kun je blijven sturen als dat nodig is.

5. Remmen: soms juist niet
Soms kun je bij gladheid beter helemaal niet remmen. In bochten bijvoorbeeld. Laat het gas op tijd los om vaart te minderen, ruim voor de bocht. Geef bij gladheid pas weer gas als je de bocht uit bent. Mocht je de bocht toch niet goed hebben ingeschat en zie je de vangrail op je afkomen, blijf dan vooral kalm. Gooi het stuur niet ineens om. Je kunt de auto beter laten glijden langs de vangrail en rustig je stuur in de juiste rijrichting draaien. Zodra je weer grip hebt, ga je vanzelf weer de goede kant op. Langs de vangrail glijden is onplezierig, maar kan ook helpen je auto weer in het juiste spoor te krijgen. Het stuur omgooien en aan de andere kant van de weg terechtkomen, misschien wel tegen een boom of tegenligger, dat wil je zeker niet.

6. Blijf alert, ook mét winterbanden
Winterbanden zijn geen totaaloplossing voor winterse problemen. Als je twee keer zo hard rijdt, is je remweg normaal gesproken vier keer zo lang. Bij gladheid wordt dat nog versterkt. Winterbanden mogen een kortere remweg hebben dan zomerbanden, als je hard rijdt wordt dat effect volledig opgeheven.
Fabeltje: de bandenspanning verlagen zou helpen bij gladheid. De banden maken daardoor meer contact met de weg en dat zou moeten resulteren in extra grip. Helaas: te slappe banden gaan ten koste van de stabiliteit. De zachtere structuur van winterbanden verergert dat alleen maar. Om winterbanden optimaal te laten functioneren, is de juiste bandenspanning nóg belangrijker.

 


00

Waarom winterbanden? – Veel meer veiligheid door maximale grip

Waarom zijn winterbanden zo belangrijk? Hebben ze alleen nut in de sneeuw, of ook op een nat Nederlands wegdek, als het een graadje of 5 boven nul is?
Banden – zowel zomer- als winterbanden – zijn een zeer belangrijk onderdeel van uw auto. Immers: het enige contact dat u hebt met de weg verloopt via de banden. Die moeten dus een maximum aan veiligheid bieden door veel grip te bieden en water af te voeren.  Winterbanden bieden vanaf 7 graden Celsius en daaronder meer grip dan zomerbanden. Niet alleen op sneeuw, maar ook op een nat wegdek. En dat laatste komt in Nederland natuurlijk veelvuldig voor. In de jongste winterbandentest vindt u  welke winterbanden u wel en niet moet kopen.

Verschil in remweg op sneeuw
Winterbanden zijn uit een andere rubbersamenstelling opgetrokken dan zomerbanden. Verder hebben winterbanden een heel ander profiel met extra lamellen. Dat zorgt voor meer grip. In de afbeelding hieronder ziet u precies het verschil in remweg op sneeuw met winterbanden en all seasonbanden en met zomerbanden. Ter vergelijking: op droog wegdek is de gemiddelde remweg 12 meter en op nat wegdek 15 meter. De remweg op sneeuw is ook met winterbanden zó lang dat u uw rijstijl aan moet passen. Rijden op sneeuw met zomerbanden is simpelweg gevaarlijk, dan helpt ook een aangepaste rijstijl niet meer.
Lees meer op Wat is een winterband.

Remweg op sneeuw - winterbanden, zomerbanden en all seasonbanden


00

Autoruit krabben

Afbeeldingsresultaat voor ruit krabben

IJs op de ruit is niet alleen een forse belemmering van het zicht, het kan ook een stevige boete tot gevolg hebben.
Een dichtgevroren ruit komt nooit gelegen. We vertellen u niet alleen hoe u het oponthoud zo kort mogelijk houdt, maar doen u ook een aantal tips aan de hand om bevroren ruiten te voorkomen. Niet krabben is geen optie: rijden met slecht zich is niet alleen gevaarlijk, maar kan ook een forse boete opleveren.

Zo maakt u uw ramen ijsvrij
Krab het ijs van uw ruiten met een ruitenkrabber of gebruik een ontdooispray
Zet de ruitenkrabber schuin tegen de ruit: zo krijgt u het ijs het makkelijkste weg
Krab kort uw achterruit, ook al heeft uw auto achterruitverwarming. Zo heeft u direct bij vertrek al zicht op het verkeer achter u.
Wrijf met een doek of zeem de binnenkant van de ruiten schoon

Schakel voor het verlaten van de auto uw ruitenwissers uit; zo voorkomt u schade doordat ze de volgende ochtend aan gaan terwijl de ruitenwisserrubbers zitten vastgevroren

Dek uw voor- en achterruit af met een anti-ijsdeken, stuk karton of een mat; de volgende ochtend hoeft u niet te krabben.
Schakel de motor pas in nadat u uw ruiten ijsvrij hebt gemaakt; de ventilatie blaast pas warme lucht bij een warme motor. Bovendien verbruikt een koude motor extra benzine.

Gooi geen heet water over uw voorruit; het raam kan door het plotselinge temperatuurverschil barsten of breken

Niet goed ijsvrij maken van uw auto: € 230 boeteEen automobilist is verplicht om voldoende zicht naar voren en opzij te hebben. De politie adviseert daarom de voor- en achterruit, de zijramen en de buitenspiegels voor het rijden goed schoon te maken. Afhankelijk van hoe slecht het zicht is, kan een boete oplopen tot € 230.


00

9 Tips om de weg te delen met vrachtwagens

Afbeeldingsresultaat voor weg delen met vrachtwagens

 

Veel automobilisten vinden vrachtauto’s maar lastig. Maar automobilisten zijn vaak echt lastig en soms zelfs ronduit gevaarlijk voor vrachtwagenchauffeurs. Daarom: negen tips om de weg te delen met vrachtauto’s.

Tip 1

Blijf uit de dode hoek

Blijf altijd rechts achter de vrachtwagen en zorg dat je de chauffeur via zijn buitenspiegel kan zien, dan ziet hij jou ook.

Tip 2

Geef hem de ruimte

Een vrachtauto zal eerst naar links uitwijken om een krappe bocht naar rechts te kunnen nemen. Tijdens het indraaien vermindert het zicht in de spiegels. De cabine verdraait dan ten opzichte van de oplegger.

Tip 3

Houd afstand

Hoe verleidelijk ook: ga niet vlak voor een vrachtauto de (snel)weg op of af. Hard afremmen met een beladen vrachtauto is een gevaarlijke manoeuvre.

Tip 4

Geef eens voorrang

Vrachtauto’s trekken minder snel op dan personenauto’s. Dat maakt het invoegen in drukke
situaties lastig. Wees attent en geef ze de ruimte om in te voegen.

Tip 5

Geduld is een schone zaak

Gaat de vrachtwagen voor je in slakkentempo de bocht door? Weet: hij doet het niet om jou te pesten. Beladen vrachtauto’s moeten krappe bochten nemen met lage snelheid, anders ontstaat door de lading het risico dat hij kantelt. Vooral bij snelwegafritten moeten chauffeurs hier goed op letten.

Tip 6

Wees voorspelbaar

Maak op tijd kenbaar wat je van plan bent. Ga je afslaan, moet je remmen of wil je inhalen? Een vrachtwagen kan zich niet zo snel aanpassen als een auto.

Tip 7

Nooit rechts inhalen

De rechterkant van de vrachtauto is moeilijk vanaf de chauffeursstoel te overzien, hoe nauwkeurig zijn spiegels of camera’s ook zijn afgesteld. Passeer een vrachtwagen altijd links en doe dit met beleid.

Tip 8

Onthouden: 3 meter-regel

Vooral voor voetgangers en (brom-)fietsers van belang. Schiet nooit vlak voor of achter een vrachtauto langs. De chauffeur kan je niet zien vanuit zijn hoge cabine. 3 meter afstand is een veilige marge om over te steken. Blijf bij een afslaande vrachtauto rechts en ruim achter de vrachtauto.

Tip 9

Let op de borden

Om de doorstroming te bevorderen, is per 1 oktober 2014 op bepaalde trajecten het inhaalverbod voor vrachtwagens gewijzigd. Let daarom goed op de borden langs de snelweg of kijk voor meer informatie op www.rijkswaterstaat.nl/inhaalverbodvrachtverkeer.


00

Veilig rijden  in de herfst

Afbeeldingsresultaat voor veilig rijden in de herfst

In de herfst veranderen de weersomstandigheden. De autobestuurders moeten zich dus aanpassen. Wat zijn de specifieke voorzorgsmaatregelen om in de herfst met de wagen te rijden?
Hieronder geven wij u enkele tips om u te helpen de herfst zo veilig mogelijk door te komen achter het stuur van uw wagen.

De lichtintensiteit verandert
De dagen korten, de intensiteit van de zon daalt.
Het is dus belangrijk om te zien en gezien te worden!
De lichten: Zorg ervoor dat de lichten van uw wagen in orde zijn (goed afgesteld) en degelijk functioneren. De lampen van de auto zijn meestal de eerste slachtoffers van de koudere nachten en de vochtige periode. Vervang ze van zodra ze defect zijn. Steek uw lichten aan vanaf het ogenblik dat het daglicht begint af te nemen of wanneer de verkeersomstandigheden slecht zijn (ochtendnevel, mist, regen, storm, …).
De lage, verblindende zon belemmert niet alleen het zicht, maar kan ook heel gevaarlijk zijn voor de autobestuurders. Zorg ervoor dat u een zonnebril bij de hand hebt.
De anderen zien: Let op de andere weggebruikers (auto’s, motors, fietsers, voetgangers) die in deze tijd van het jaar minder zichtbaar zijn. De statistieken van de verkeersongevallen van de herfstmaanden tonen aan dat tijdens dit seizoen de meeste ongevallen plaatsvinden die te wijten zijn aan een slechte zichtbaarheid.
Het is dus ook onmisbaar voor motorrijders, fietsers en voetgangers die zich op de openbare weg begeven om door de autobestuurders gezien te worden en reflecterende kledij te dragen. Dit is bijzonder het geval voor de schoolgaande jeugd op weg naar of van school.
Maak regelmatig uw autoruiten schoon, zowel binnen het voertuig (condensatie, veegsporen) als langs de buitenkant (vuile ruiten wegens de weersomstandigheden). Vertrek niet vooraleer u perfect door uw ruiten kunt kijken, niet enkel voor- en achteraan maar ook door de zijdelingse vensterruiten.

Wisselende weersomstandigheden
Het koude en vochtige weer kan mist doen ontstaan. Hou in dat geval afstand op de weg en steek uw mistlampen aan.
Aangepast rijgedrag : Rij voorzichtig en hou een veilige afstand (bvb. op autosnelwegen een afstand van 2 à 3 seconden t.o.v. uw voorligger), dit vooral als u op wegen rijdt die bezaaid zijn met vochtige, dorre bladeren. Als u bruusk moet remmen, zou u wel eens ongecontroleerd kunnen slippen. Opgepast voor de aquaplaning bij regenweer.

De winter is op komst
Is uw wagen klaar?
Hebt u de staat van uw autobanden nagekeken (bandendruk, slijtage)?
Hebt u gedacht aan de vervanging van uw zomerbanden door winterbanden?
Vergeet niet uw voertuig klaar te maken voor het koude seizoen en het nodige nazicht en de controles uit te voeren voor de winter (batterij, remmen, koelvloeistof, antivries, …).


00

Laagstaande zon: mooi maar gevaarlijk

Afbeeldingsresultaat voor lage zon
Je knijpt je ogen tot spleetjes, en nóg zie je niet veel: de zonsopkomst en -ondergang kunnen prachtig zijn, maar ook ronduit gevaarlijk in het verkeer. Bij laagstaande zon gebeuren veel meer ongelukken. Wat kun je doen om toch veilig op weg te gaan?

Wees bewust
Fietsers op de weg voor je, kruisend verkeer, verkeersborden en verkeerslichten: bij laagstaande zon zie je ze makkelijk over het hoofd. Kijk je tegen de zon in? Pas dan je snelheid en je rijstijl aan. Wees je ervan bewust dat je minder ziet, neem geen risico’s.

Zonnebril
Leg standaard een zonnebril in de auto, voor het geval dat. Er slingert vast wel ergens een overjarig model in huis. Bij voorkeur één met gepolariseerde glazen. Die beschermen je ogen beter tegen reflecterend licht en schitteringen. Ook goed: oranjebruine glazen. Die verhogen het contrast, waardoor je beter kunt zien.

Schone ruiten
Bij laagstaande zon zie je pas goed hoe vies de autoruiten zijn! Jammer genoeg blokkeert die viezigheid ook het zicht, juist als je tegen de zon in kijkt. Maak de ruiten een keer extra schoon als je bij laagstaande zon veel onderweg bent. Vergeet de binnenkant niet.
Zorg dat je de ruitenwisservloeistof geregeld bijvult. Controleer de ruitenwissers op slijtage, om strepen op de voor- en achterruit te voorkomen.
Tip: met je ANWB-lidmaatschapspas kun je gratis de ruitenwisservloeistof laten bijvullen bij Autotaalglas. Er zijn maar liefst 54 vestigingen.

Tegenliggers in het zonnetje
Last van laagstaande zon in de achteruitkijkspiegel? Dan hebben tegenliggers nog meer last, want zij kijken tegen de zon in. Houd er rekening mee dat ze minder goed zicht hebben. Rij voorspelbaar, doe geen onverwachte dingen. Rij met aangepaste snelheid, zeker in de buurt van kruisingen en op andere onoverzichtelijke plekken.

Zonneklep
Handig, zo’n kantelbaar zonnescherm bij de voorruit. Let wel op dat vooruit kijken belangrijk is om onverwachte gevaarlijke situaties (file!) op tijd waar te nemen.

Dimlichten
Verlichting maakt je beter zichtbaar, ook bij laagstaande zon. En vooral voor tegenliggers die tegen de zon in kijken.

Voorkom vertraging
Vertraging op de weg door drukte / weersomstandigheden is lastig en vervelend, maar is deels te voorkomen door je vooraf, bijvoorbeeld hier, via de verkeersverwachting, goed te informeren. Zo kan je ook vertraging door pech verminderen. Door pechhulp van de Wegenwacht af te sluiten, zijn we met 900 wegenwachten altijd in de buurt. Op die manier helpen we je zo snel als mogelijk weer op weg.

00


00

Laat legionella uw vakantie niet achteraf bederven!

Afbeeldingsresultaat voor legionella
De komende tijd gaan veel mensen weer op vakantie. Wie langer dan een paar dagen van huis is, doet er verstandig aan om bij terugkomst de leidingen goed door te spoelen. Ieder jaar waarschuwen hulpdiensten en gezondheidsorganisaties weer voor de reële risico’s van de legionellabesmetting.
Lezers van een zekere leeftijd herinneren zich nog wel de legionellaramp in 1999 tijdens de Westfriese Flora in Bovenkarspel. Tijdens de bloemenshow waren diverse bubbelbaden gevuld met een tuinslang waarin water al een tijdje stil stond. Omdat er geen chloor in de baden zat, kon legionella zich al snel verspreiden onder bezoekers. De ramp zou uiteindelijk 32 doden veroorzaken met meer dan 200 ernstig zieken. Legionella is een bacterie die zich snel kan ontwikkelen in warmer, stilstaand water. Wanneer u een tijdje van huis bent, kan de temperatuur van het water in de leidingen oplopen tot boven de 25 graden. Water in de leidingen is beperkt houdbaar; je moet het zien als een pak melk, zo benadrukt Techniek Nederland, de ondernemersorganisatie voor de installatiebranche.

Gevolgen
De gevolgen van een legionellabesmetting kunnen groot zijn. Zo veroorzaakt de bacterie in de mens onder meer symptomen zoals longontsteking, forse griep, vermoeidheid, aantasting van het kortetermijngeheugen en longontsteking. De gevolgen van een legionellabesmetting kunnen fors zijn; sommige mensen houden blijvende gezondheidsschade over aan hun besmetting.

Zet de kraan open
Het advies van gezondheidsorganisaties is dan ook om bij terugkomst de douche eerst vijf minuten rustig te laten stromen op hoge temperatuur; 55 graden of meer. Laat het rustig stromen; u wil voorkomen dat water vernevelt. Mogelijke oplossingen zijn om bijvoorbeeld de douchekop in een emmer met water te houden en aan te zetten of de douchekop te bedekken met een washandje. Ook op vakantie is het verstandig om alert te zijn. Zet bij aankomst in het vakantiehuisje of appartement ook een tijdje de kraan open. U weet immers niet hoe lang het water stil stond.


00

CAK medicijn(en) verklaring bij vakantie buitenland.

Verklaring voor medicijnen (Opiumwet) bij reis naar het buitenland:
Gebruikt u een medicijn dat onder de Opiumwet valt? Bijvoorbeeld slaapmiddelen, sterke pijnstillers, ADHD-medicijnen of medicinale cannabis? En gaat u op reis naar het buitenland? Dan moet u een Schengenverklaring of een Engelstalige medische verklaring hebben. Welke verklaring u nodig heeft, hangt af van het land waar u naar toe gaat.

Schengenverklaring of medische verklaring voor medicijnen:
U kunt medicijnen die onder de Opiumwet vallen niet zomaar meenemen naar het buitenland. Op de website van het CAK kunt u voor uw land van bestemming opzoeken welke verklaring u nodig heeft.

Schengenverklaring of medische verklaring voor medicijnen aanvragen:
U kunt een Schengenverklaring aanvragen bij het CAK. Daar kunt u ook de Engelstalige medische verklaring voor medicijnen aanvragen.

Verantwoordelijk:
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport


00

Tips voor veilige fietsverlichting

Afbeeldingsresultaat voor veilige fietsverlichting

Het spreekt voor zich dat goede fietsverlichting bijdraagt aan de verkeersveiligheid. Zeker nu de herfst is aangebroken, het ’s avonds vroeger donker wordt en ‘s morgens later licht, is het belangrijk goed zichtbaar te zijn op de fiets. Toch blijkt in de praktijk dat fietsverlichting vaak van onvoldoende kwaliteit is of niet op de juiste manier gemonteerd wordt.

De meeste fietsongevallen gebeuren in het donker of tijdens de schemering en daarom is het van belang dat de fietser zelf goed ziet en zichtbaar is voor andere weggebruikers. Het RAI Keurmerk Fietsverlichting stelt eisen aan de lichtverdeling van de voor- en achterlamp en aan de wijze van montage; het product moet vast op een fiets monteer baar zijn en voorzien van een (retro)reflector. DEKRA onderzoekt of de producten voldoen aan de gestelde technische eisen die zijn verbonden aan de toekenning van 1, 2 of 3 sterren.

Tip 1: Kies voor producten die voorzien zijn van een keurmerk
Nederland kent slechts minimale regelgeving als het gaat om fietsverlichting. De belangrijkste eisen zijn een witte of gele lamp aan de voorkant van de fiets en een rode lamp aan de achterkant, die niet knippert. Om fietsers te helpen bij het maken van de juiste keuze voor fietsverlichting heeft RAI Vereniging het RAI Keurmerk Fietsverlichting (RKF) ontwikkeld. Goedgekeurde verlichting is te herkennen aan het RKF-logo.

Tip 2: Zorg dat de verlichting op de juiste manier wordt gemonteerd
Als het gaat om verkeersveiligheid is behalve de kwaliteit van de fietsverlichting ook de montage een belangrijk aspect. De vaste verlichting moet stevig aan de voor- en achterkant van de fiets bevestigd worden en recht vooruit en achteruit schijnen. De verlichting mag niet bedekt zijn en niet te veel bewegen. Naast verlichting moet de fiets ook uitgerust zijn met reflectoren: een rode reflector aan de achterkant van de fiets, gele reflectoren op de trappers en witte of gele reflectoren op de velgen of banden.

Tip 3: Zorg dat de verlichting is afgestemd op de omgeving
Fietsverlichting heeft twee functies, namelijk het verlichten van de weg om goed te kunnen zien en licht geven om door andere weggebruikers opgemerkt te worden. Wanneer u veel op wegen fietst waar weinig straatverlichting aanwezig is, doet u er goed aan te kiezen voor een voorlicht met een krachtige lichtintensiteit van minimaal 10 Lux om de straat te verlichten. Fietst u vaak in de stad, dan is het vooral belangrijk om uzelf goed zichtbaar te maken. Dan volstaat een lichtintensiteit van minimaal 4 Lux.

Tip 4: Onderhoud de fietsverlichting en controleer deze regelmatig
De verlichting is het meest kwetsbare onderdeel van de fiets. Het is dan ook belangrijk regelmatig te controleren of de verlichting nog naar behoren werkt. Daarnaast is het belangrijk om de reflectoren regelmatig schoon te maken, omdat vuile reflectoren minder licht weerkaatsen.


00

Autorijden met warm weer: Enkele tips om u op weg te helpen

Gerelateerde afbeelding

De zomer laat (met horten en stoten) van zich horen. Geen moment te vroeg als je het ons vraagt. Veel mensen weten hoe koud weer ervoor kan zorgen dat je auto mankementen gaat vertonen, maar ook extreme hitte is een aanslag op je bolide.
Geen pech, langs de weg
Hoe lekker we het ook vinden: Warm weer betekent ook dat uw auto het te verduren krijgt. Wat extra voorzorgsmaatregelen zijn wat ons betreft nooit weg om te zorgen dat u veilig de op weg kan naar wat u ook gaat doen deze zomer. Om te voorkomen dat u in de hitte met pech, langs de weg komt te staan. Maar ook om schade aan je auto tegen te gaan en een autoritje op een warme dag aangenamer te maken.

De accu
Een oudere accu levert in de eerste instantie niet direct, duidelijke problemen op. Maar in het geval van extreme warmte kan uw accu het begeven. Laat deze dus controleren alvorens u van plan bent om een lange autorit te maken naar een (zonnige) vakantiebestemming, want een oude accu vervangen hoeft niet veel te kosten. Waar een kapotte auto door een accu die het begeven heeft. Voor hoge kosten kan zorgen.

Koelvloeistof
Wanneer het zonnetje meer gaat schijnen. Is het verstandig om even te controleren of het wellicht nodig is om uw koelvloeistof te verversen en/ of bij te vullen. Bij warm weer krijgt ook uw motor het zwaarder te verduren. Koelvloeistof is er om deze te ontlasten en het is voor de levensduur van uw auto belangrijk dat u dit eens in de zoveel tijd controleert. Zeker als er warm weer op het programma staat!

Ruitenwissers
Het lijkt overbodig in de zomermaanden, maar niets is minder waar. Ruitenwissers hebben een gemiddelde levensduur van een jaar. Warm weer zorgt er echter voor dat het rubber van de wisser snel hard wordt en uit zal drogen. Is het rubber al beschadigd, droog en gebarsten? Dan zijn ze toe aan vervanging. Je weet tenslotte nooit wanneer je in een zomerse regenbui terecht mag komen.

Airco
In de zomer is een goed werkende airco in de auto bijna onmisbaar. Dus het is raadzaam om ook deze voor vertrek goed na te laten kijken. In het geval je werkt met ARKO (Alle Ramen Kunnen Open) is het een goed idee om te kijken of het mechanisme wat ervoor zorgt dat u dit ook daadwerkelijk kunt verwezenlijken nog naar behoren werkt. In een lange file staan met een defecte airco en ramen die niet open willen lijkt ons in ieder geval geen pretje. Dus het is een puntje wat best in overweging genomen mag worden als je op een warme dag de weg op gaat.

Wat kan u zelf doen?
• Parkeer op een warme dag je auto in de schaduw.
• Maak gebruik van zonneschermen voor over uw autoruiten. Deze houden zonlicht en hiermee ook iets aan extreme warmte uit de auto.
• Laat iets van de warmte in de auto ‘ontsnappen’ door een paar minuten voor vertrek ramen en/of deuren tegen elkaar open te zetten.
• Let op hete oppervlakten in de auto. Het metaal van een gordel, bijvoorbeeld. Deze kunnen in extreme gevallen zelfs zorgen voor brandwonden. Ook zwart interieur kan aardig heet worden op een warme dag. En geloof ons wanneer we u vertellen dat het niet aangenaam is om met uw blote benen plaats te nemen op een hete, lederen stoel.
• Neem bij een lange autorit op een warme dag. Extra ‘proviand’ mee voor onderweg. Vooral water en (niet bederfelijke) snacks zijn aan te raden. Ook in het geval van pech.

Waarschuwing!
De temperatuur in een stilstaande auto kan binnen enkele minuten oplopen naar fatale hoogten. Laat dus onder geen enkel beding dieren, of kinderen achter in een auto op een warme dag. Zelfs niet om even een boodschap te doen!


Fietsen en wandelen tijdens tropische temperaturen

Gerelateerde afbeelding
Voorbereiden en aanpassen

Warmte hoeft geen reden te zijn om te stoppen met bewegen. Met name fietsen en wandelen zijn heel geschikt om op warmere dagen nog te doen. Mits je jezelf goed voorbereidt en aanpast aan de omstandigheden.
Allereerst zijn er elk jaar een paar van die tropische dagen in Nederland dat het voor iedereen beter is om een koel plekje op te zoeken en zich rustig te houden. Sterke inspanning kan voor iedereen gevaarlijk zijn wanneer het kwik boven de 28 graden Celsius stijgt. Voor minder fitte mensen kan intensief bewegen al bij 25 graden problemen geven.

Trucjes
Moet uw fiets dan de hele zomer in de schuur blijven staan? En mag u op vakantie in een warm land geen ritje maken? Nee dat nu ook weer niet. Uw lichaam heeft een paar slimme trucjes om warmte het hoofd te bieden. Zo stroomt er meer bloed naar de huid en gaat u zweten om de huid te koelen en warmte af te geven.

Koelen
Maar bij warmte en een hoge luchtvochtigheid kan het zijn dat het lichaam niet genoeg kan koelen. Ook slaapgebrek, bepaalde geneesmiddelen of vermoeidheid kunnen de natuurlijke zweetproductie verstoren. Dit kan problemen opleveren, zoals oververhitting of hittekrampen. In het ergste geval een hitteshock, wat levensbedreigend kan zijn.

Tips
Gelukkig kunt u zelf genoeg doen om zulke situaties te voorkomen. Met de volgende tips kunt u ook op warmere dagen veilig op de fiets stappen:
• Vermijd de felle middagzon tussen 12:00 en 15:00 uur.
• Kies een route die door het bos gaat. Hier heeft u minder last van het warme asfalt – zoals in de polder – en er is volop schaduw.
• Zoek een route uit die niet te lang is en vermijd te veel hellingen. Zorg dat u qua inspanning niet op de top van uw kunnen zit.
• Bouw het langzaam op. Uw lichaam went aan de warmte.
• Draag een wit petje of hoedje. Vermijd donkere kleuren, deze zorgen dat uw hoofd juist eerder opwarmt.
• Kies goed ventilerende kleding waar de wind doorheen kan en waarin u goed kunt zweten. Ook hier hebben lichte kleuren de voorkeur.
• Drink veel en vóórdat u dorst heeft. U verliest heel wat vocht en dit moet u op tijd aanvullen. Neem dus regelmatig een drinkpauze.
• Kies liever geen koffie, thee of alcohol als dorstlesser, maar voor water of een aangelengde sportdrank. Met deze laatste vult u ook uw tekort aan mineralen aan.
• Bij grote hitte, zoals fietsen in de tropen of Spanje en nu en dan een paar dagen in NL, kunt u in uww bidon (per liter) een zakje ORS op te lossen. Een alternatief hiervoor is een paar theelepels suiker en half theelepeltje zout per liter water.


00

Deze 9 Twentse flitspalen sloegen in 2018 het vaakst toe

Gerelateerde afbeelding

De flitspalen in Twente hebben in 2018 tienduizenden keren toegeslagen. Vooral in Enschede en in Almelo was het afgelopen jaar raak. De meeste automobilisten kregen een bekeuring op de Wierdensestraat in Almelo.

Op de Wierdensestraat in Almelo liepen 18.012 automobilisten tegen de lamp. Zij kregen allemaal een boete voor te hard rijden. Dat blijkt uit het jaaroverzicht van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Op de Hengelosestraat in Enschede werd gemiddeld 43 keer per dag geflitst, dit zorgde in totaal voor 15.573 bekeuringen voor te hard rijden.

Wat opvalt zijn de vele bekeuringen op de Zuiderval in Enschede. In totaal gingen hier 7.500 automobilisten op de bon. Een groot gedeelte hiervan (2.450) werd geflitst voor het rijden door een rood verkeerslicht.

De negen palen die het vaakst flitsten in 2018:

Almelo – Wierdensestraat Oost: 18.012 bekeuringen

Enschede – Hengelosestraat Noord-West: 15.573 bekeuringen

Enschede – Zuiderval Noord 7.500 bekeuringen

Wierden – Nijverdalsestraat Oost: 5.711 bekeuringen

Almelo – N349 Noord: 5.299 bekeuringen

Wierden – Nijverdalsestraat West: 5.188 bekeuringen

Almelo – Henriette Roland Holstlaan Zuid: 1.633

Enschede – Kuipersdijk Noord: 1.081 bekeuringen

Enschede – Burgemeester v Veenlaan Noord: 825 bekeuringen


00

Levensduur fietsaccu verlengen

Bron: ANWB

Wij geven tips om te voorkomen dat je stil komt te staan met een lege accu
Eindelijk! Na dagen met kou, sneeuw en regen is het weer een mooie dag om te fietsen. Maar helaas, de accu van je elektrische fiets is leeg en je krijgt hem niet meer opgeladen. Wat nu?

Voorkom diepontlading
De accu van een elektrische fiets is gevoelig voor kou. Als je een leeggereden accu in een koude omgeving opbergt, werk je diepontlading in de hand. Diepontlading is een dure grap, want een diep ontladen accu is onbruikbaar en moet vervangen worden. Een nieuwe accu kost al snel een paar honderd euro en dat is zonde geld als je de uitgave kan voorkomen. Wij geven je daarom graag tips om de levensduur van de accu van je elektrische fiets in de winter te verlengen.

7 tips om levensduur fietsaccu te verlengen in de winter
Lees altijd eerst de gebruiksaanwijzing van je accu voor het beste bewaaradvies.
Bewaar de accu van je e-bike altijd op kamertemperatuur en in een droge omgeving. Berg de accu voor je elektrische fiets niet leeg op, maar zorg dat hij minimaal voor de helft opgeladen is. Zo voorkom je diepontlading.
Een fietsaccu moet regelmatig ontladen en weer opladen om gezond te blijven. Als je in de wintermaanden je fiets niet gebruikt, laad je accu dan minimaal één keer per maand op. Denk eraan dat de accu door zelfontlading langzaam leeg loopt.
De capaciteit van een accu neemt af bij lage temperaturen. Het opladen van fietsaccu kun je dan ook het best binnenshuis doen. Of in ieder geval in een ruimte die op kamertemperatuur is. Wij adviseren om altijd een oogje in het zeil te houden tijdens het opladen. Laad de accu daarom liefst niet ’s nachts op. Zodra de accu opgeladen is, kan hij uit de lader gehaald worden. Let op! Sommige acculaders ontladen en laden de accu automatisch. Deze fietsaccu’s moet je in de lader bewaren om de lader zijn werk te kunnen laten doen. Of je een automatische acculader hebt, kun je nalezen in de gebruiksaanwijzing van je accu.
De actieradius van een accu voor een elektrische fiets kan bij lage temperaturen tot een kwart afnemen. Anders gezegd: in de winter haal je minder kilometers uit je accu dan in de zomer. Dit verschil kan oplopen tot 25 procent. Om je fietsaccu zo lang mogelijk goed te houden is het beste advies om hem te blijven gebruiken. Ook in de winter. Tussen de koude en barre winterdagen door, zijn er altijd wel een paar mooie dagen waarop je naar buiten kunt om een (kort) fietstochtje te maken op je elektrische fiets. Zorg er wel voor dat de accu op kamertemperatuur is als je gaat fietsen.
Stal je je fiets de hele dag buiten, bijvoorbeeld op het werk of bij het station, en heb je een afneembare accu? Neem hem dan mee en bewaar hem op een veilige, warme en droge plek. Er zijn speciale, thermische, draaghoezen beschikbaar waarin je de accu van je e-bike kunt bewaren. In de winter houdt zo’n hoes de accu langer op temperatuur en in de zomer houdt de hoes de accu wat koeler. Heb je geen afneembare accu en zit hij vast in het frame van je fiets? Probeer je fiets dan ergens binnen te stallen. Lukt dit niet, houd er dan rekening mee dat bij vrieskou de capaciteit van je accu afneemt. Gemiddeld betekent dit bij 10 uur buiten stallen een capaciteitsafname van 10-20 procent.
Extra tip: haal, indien mogelijk, het display van je elektrische fiets. Deze kan kapot vriezen.
Na je fietstocht moet je je accu opladen. Leg je accu daarvoor eerst minimaal een half uur in een ruimte die op kamertemperatuur is, zodat de accu kan opwarmen. Daarna kun je de fietsaccu veilig op de lader doen.
Nu je weet hoe je de accu gezond houdt in de winter, wil je misschien ook wel weten hoe je je (elektrische) fiets winterklaar maakt. Wij leggen je uit hoe je in de winter veilig de weg op kunt.


00

Verkeersregels E-bike

Een e-bike, iets voor u?
De elektrische fiets, of kortweg e-bike, is populair bij jong en oud, en het aanbod is enorm groot. Maar het is toch ook een behoorlijke investering. Als u overweegt om een e-bike aan te schaffen is het dus goed om vooraf te bedenken of een e-bike iets voor u is. Wij zetten de belangrijkste zaken voor u op een rij.

E-bike als alternatief voor de auto
Fietsen op een e-bike blijft echt fietsen. U moet nog steeds zelf trappen, maar het rijdt alsof u de wind in de rug hebt. Fijn dus, vooral bij langere afstanden of wanneer u minder kracht hebt en graag met trapondersteuning fietst. De e-bike kan dan een prima alternatief zijn voor de auto of (brom)fiets. Goed voor het milieu én voor uw gezondheid.

E-bike en verkeersveiligheid
Het grootste verschil tussen een e-bike en een ‘gewone’ fiets is de snelheid. Een e-bike haalt met gemak een snelheid van 20 tot 25 kilometer per uur. Dat is natuurlijk een van de grote voordelen van de e-bike, maar als gebruiker is het vaak wel even wennen. U hóeft overigens niet hard te rijden met een e-bike. De snelheid is begrensd tot 25 kilometer per uur, maar langzamer mag natuurlijk altijd.

Een e-bike valt in dezelfde categorie als een gewone fiets. Voor een e-bike gelden dan ook de verkeersregels die voor alle fietsers gelden.

Aanschaffen van een e-bike
Laat u goed informeren door uw fietsspecialist. Bespreek in ieder geval de volgende punten:

Waar gebruikt u de e-bike? Fietst u vooral op vlakke asfaltwegen of gebruikt u de fiets ook in heuvelachtig of bosrijk gebied?

Hoeveel kilometer fietst u maximaal per dag? Wat moet de actieradius van de accu zijn?

Wat is de plaats van de motor en de accu? Moet de accu afneembaar zijn?

Welk type rem en versnelling vindt u prettig?

Wat is het gewicht van de fiets? Wilt u de fiets achterop een auto mee kunnen nemen?

Veilig Verkeer Nederland adviseert mensen die een e-bike willen aanschaffen om een uitgebreide proefrit te maken. Probeer van alles uit tijdens de proefrit: remmen, sturen, bediening van de fiets, het gewicht van de fiets enzovoorts. Dit helpt om een goede keuze te maken en een fiets te vinden die bij u past.

Gaat u over tot aanschaf van een e-bike, neem ook dan de tijd om rustig te wennen aan het fietsen met een e-bike. Zorg dat de fiets goed is afgesteld op uw lengte.


00

De fietshelm: een slimme keuze

Hoewel het dragen van een fietshelm niet verplicht is, is het toch belangrijk voor de veiligheid van fietsers in het verkeer. Er zijn echter enorm veel verschillende modellen op de markt. Hoe kies je uit dat aanbod het juiste exemplaar uit voor jezelf? Waar moet je op letten bij de aankoop?

Een fietshelm voor jezelf

Ook een degelijke fietshelm voor volwassenen is een goede investering. De helm moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

• De helm moet het Europese homologatielabel EN 1078 dragen.

• Hij moet het volledige hoofd bedekken, zonder het zicht te belemmeren.

• De bandjes moeten goed aansluiten, maar mogen ook niet te strak zitten. De driehoek die wordt gevormd door de kinband moet juist onder de oren uitkomen voor een goed evenwicht van de helm. Als je met je hoofd schudt, moet de helm goed blijven zitten. Zit de helm te los, dan kan je eventueel wat extra beschermende pads invoegen.

• De helm moet licht en goed geventileerd zijn voor extra comfort.

• Als je op een mountainbike rijdt, moet de helm zeker licht zijn. Je kan hem eventueel voorzien van een vizier tegen de regen en opspattende modder.

• Rij je op een BMX of crossfiets, dan kies je beter voor een integraalhelm die het hele hoofd beschermt.

Wanneer moet je de fietshelm vervangen?

• Na een val op de helm moet deze altijd worden vervangen. Ook al ziet de helm er aan de buitenkant misschien nog goed uit, hij kan van binnen scheurtjes of zwakke plekken hebben gekregen die niet altijd zichtbaar zijn.

• Als de helm zichtbaar beschadigd is (barsten, onderdelen die loskomen …), ook al is die beschadiging minimaal.

• Als je van type fiets verandert: een helm voor mountainbikes is bijvoorbeeld niet geschikt voor crossfietsen of voor gewone fietsen en omgekeerd.

• Over het algemeen wordt aangeraden de helm om de vijf jaar te vervangen omdat bepaalde onderdelen dan beginnen broos te worden.

Nog een laatste aanbeveling voor onderweg: vergeet niet om je helm altijd goed vast te maken, ook voor korte afstanden. En … gebruik nooit je smartphone tijdens het fietsen!

Bron: Secunews


00

Vakantietip: Vervoer in kampeerauto

Afbeeldingsresultaat voor kampeerauto
Bron: ANWB

Tijdens het rijden mogen alleen zitplaatsen worden gebruikt die daarvoor zijn bedoeld. Welke zitplaatsen zijn dat en is een autogordel verplicht?

Hoeveel zitplaatsen?
Op het kentekenbewijs van een nieuwere kampeerauto staat hoeveel zitplaatsen hij heeft. Deze plaatsen zijn voorzien van gordels. Dan is het simpel: zitplaatsen met gordels mogen gebruikt worden tijdens het rijden, andere plaatsen niet. In oudere kampeerauto’s staat het aantal zitplaatsen niet op het kentekenbewijs. Daar mogen tijdens het rijden alle zitplaatsen worden gebruikt die gordels hebben. Oudere campers kunnen zitplaatsen hebben waarop geen gordels zitten, maar die wel bedoeld zijn voor gebruik tijdens het rijden. Dat was destijds niet verplicht.

Gordelplicht
Of en waar gordels aanwezig moeten zijn, hangt af van de leeftijd van een auto, en bij een kampeerauto ook nog van de vraag of hij is gebaseerd op een personenauto of op een bedrijfsauto (dat is te zien aan het kenteken). De regeling is te ingewikkeld om hier weer te geven, meer informatie kunt u opvragen bij het RDW.

Vervoer van personen zonder gordel?
Het uitgangspunt volgens de Nederlandse wet: Bestuurders van een motorvoertuig en hun passagiers maken gebruik van de voor hen beschikbare autogordel. Zijn er dus plaatsen met autogordel, gebruik die dan zoveel mogelijk. Nog een wetsregel: Er mag slechts één passagier per gordel.

Buitenland

In het buitenland kunnen de regels afwijken van die in Nederland. Uitgangspunt: waar in een auto een gordel moet zitten, gelden de Nederlandse eisen. Voor het gebruik van de gordels gelden dan de buitenlandse voorschriften.

Advies
Op iedere zitplaats met gordel vervoer je maximaal één passagier. Maak gebruik van iedere aanwezige gordel. Vervoer met gordel is natuurlijk veel veiliger dan zonder. Kinderen tot 3 jaar mogen nooit zonder goed bevestigd kinderzitje vervoerd worden.


00

Waar mag ik parkeren met een parkeerschijf?

ProPlus parkeerschijf 12 x 10 cm blauw

U mag met een parkeerschijf parkeren in de blauwe zone (parkeerschijfzone). Dit geldt alleen voor motorvoertuigen op meer dan 2 wielen.

Parkeerschijf verplicht in blauwe zone
U herkent de parkeerschijfzone aan het verkeersbord E10. Op dit bord staat de maximale parkeertijd.

Informatie over blauwe zone bij uw gemeente
Niet elke gemeente heeft blauwe zones. Voor informatie over de blauwe zones en het parkeerbeleid kunt u terecht bij de gemeente.

Gehandicaptenparkeerplaats en parkeerschijf
Staat u op een parkeerplaats voor gehandicapten met een bord waarop een maximale parkeerduur staat? Dan moet u ook een parkeerschijf gebruiken.

Gehandicaptenparkeerplaatsen met een maximale parkeerduur hoeven geen blauwe streep te hebben.

Model parkeerschijf
Het model van de parkeerschijf staat in het Besluit parkeerschijf. Hierin leest u ook waaraan een parkeerschijf moet voldoen.

Uw motor parkeren in parkeerschijfzone
U mag uw motor (op 2 wielen) in een blauwe zone parkeren. Hiervoor hoeft u geen parkeerschijf te gebruiken. Maar u moet de motor wel parkeren op een parkeerplaats met een blauwe streep. Of op een plaats die is aangeduid als parkeerplaats.


00

Verkeersboetes Nederland

00

https://s.s-bol.com/imgbase0/imagebase3/large/FC/4/8/4/2/9200000051732484.jpg

Je hoopt het natuurlijk niet, maar wat als je de verkeersregels in Nederland overtreedt? Hoe zit het dan met de boete?

Boetes

  • De vermelde bedragen zijn exclusief € 9 administratiekosten.

Snelheidsovertreding

Binnen de bebouwde kom

  • Snelheidsoverschrijding:
  • 5 km/h: € 34.
  • 10 km/h: € 72.
  • 15 km/h: € 133.
  • 20 km/h: € 191.
  • 25 km/h: € 256.
  • 30 km/h: € 334.
  • Meer dan 30 km/h: strafbeschikking.

Buiten de bebouwde kom

  • Snelheidsoverschrijding:
  • 5 km/h: € 32.
  • 10 km/h: € 67.
  • 15 km/h: € 129.
  • 20 km/h: € 183.
  • 25 km/h: € 241.
  • 30 km/h: € 317.
  • Meer dan 30 km/h: strafbeschikking.

Autosnelwegen

  • Snelheidsoverschrijding:
  • 5 km/h: € 31.
  • 10 km/h: € 63.
  • 15 km/h: € 118.
  • 20 km/h: € 170.
  • 25 km/h: € 223.
  • 30 km/h: € 284.
  • 35 km/h: € 348.
  • Meer dan 35 km/h: strafbeschikking.

Door rood licht rijden

  • € 240.

Overtreding inhaalverbod

  • € 240.

Overschrijden doorgetrokken streep

  • € 240.

Parkeerovertreding

  • € 95 (fout parkeren).
  • Op gehandicaptenparkeerplaats € 380.

Niet verlenen van voorrang

  • € 240.

Rijden zonder veiligheidsgordel

  • Of rijden zonder geschikt en goedgekeurd kinderstoeltje.
  • € 140.

Gebruik mobiel apparaat tijdens het rijden

  • € 240.

Rijden onder invloed

  • 0,22-0,81‰: € 300 (geldt alleen voor beginnende bestuurder).
  • 0,54-0,80‰: € 325.
  • 0,81-1,00‰: € 425.
  • 1,01-1,15‰: € 550.
  • 1,16-1,30‰: € 650.
  • Voor brom- en snorfietsers gelden andere tarieven.

Overtreding milieuzone

  • € 95.

Informatie

Boeteafhandeling

  • De meest voorkomende (lichte) verkeersovertredingen worden langs administratiefrechtelijke weg afgedaan, zwaardere verkeersovertredingen met een strafbeschikking.
  • Zware overtredingen zoals flinke snelheidsovertredingen of rijden onder forse invloed van alcohol vallen onder het strafrecht. De officier van justitie van het Openbaar Ministerie (OM) kan voor een aantal veelvoorkomende verkeersovertredingen zelf straffen opleggen. Dit kan door middel van een OM-strafbeschikking. Een strafbeschikking is meestal een boete en wordt door het CJIB verzonden.
  • De officier van justitie kan geen gevangenisstraf opleggen, dat blijft een taak van de rechter. Dat is bijvoorbeeld het geval bij overtredingen waarbij iemand gewond raakt of overlijdt. Ook kan dat het geval zijn bij herhaaldelijke zware overtredingen (recidive).
  • Een strafbeschikking wordt gedocumenteerd, je krijgt dus een strafblad. Als een bestrafte het niet eens is met deze strafbeschikking dan kan er bezwaar gemaakt worden door verzet in te stellen bij het OM. De strafrechter zal de strafzaak dan in zijn geheel opnieuw beoordelen.
  • Uitgebreide informatie is te vinden op anwb.nl/juridisch-advies/in-het-verkeer/verkeersovertreding-nl/verkeersboete-ontvangen.
  • Informatie over bezwaar en beroep zie anwb.nl/juridisch-advies/in-het-verkeer/verkeersovertreding-nl/bezwaar-en-beroep.

00

Pas op voor de teek!

00

Afbeeldingsresultaat voor teek

De bijzonder milde winter en een waarschijnlijk net zo mild voorjaar zullen naar verwachting zorgen voor een vervelend tekenseizoen. Inmiddels zijn de eerste teken al weer in de natuur gesignaleerd.
De veel te hoge temperatuur voor deze tijd van het jaar zorgde eind februari al voor een grote tekenactiviteit, zo bleek uit de meldingen van tekenbeten via www.tekenradar.nl. Het aantal meldingen nam rap toe. De verwachting is dat de tekenoverlast nog sterk toe zal nemen.
Controleer de huid
Helemaal voorkomen van tekenbeten gaat niet lukken. Wel kun je enigszins preventief kleding dragen. Een lange broek dragen in hoger gras voorkomt dat meelifters het al te makkelijk krijgen. Het is wel verstandig om na een bezoek aan de natuur altijd de huid goed te controleren. Teken kunnen op de meest rare plekken gaan zitten, die niet altijd voor de hand liggen, zoals in je knieholte, in de liezen of achter het oor.
Controle
Verwijder de teek met een speciale tekentang en noteer vervolgens de datum van de tekenbeet. Als je na een tijdje een rode kring ziet rond de beet is het belangrijk om naar de huisarts te gaan voor behandeling. Teken kunnen namelijk ook de ziekte van Lyme verspreiden. Overigens kan lyme ook worden overgedragen zonder dat er een rode kring zichtbaar is geweest. Wees daarom alert op (vage) ziekteverschijnselen.


00

Wat zijn de regels als alle fietsers tegelijk groen krijgen?

Afbeeldingsresultaat voor verkeerslicht fietsers

Door Charmain Zwijnenberg 19 januari 2019
Hoe zit het nou precies  met de kruispunten waarop fietsers uit alle richtingen tegelijk groen krijgen. Goede vraag, want eerlijk, ook wij komen op zo’n kruispunt weleens in de knoop met andere fietsers. Wie mag eerst? Gelden de haaientanden? Of heeft rechts voorrang? Wij zochten het uit.

Haaientanden
In Enschede geldt op verschillende kruispunten het ‘alle richtingen tegelijk groen’-principe. Zijn de haaientanden dan van kracht? Mayk Thijssen, verkeersadviseur bij de politie, meldt op enschedefietsstad.nl dat haaientanden alleen gelden als de verkeerslichten niet werken. Het stoplicht gaat boven alle andere verkeerstekens- en regels. Is het stoplicht groen, dan mag je dus fietsen. Werkt het verkeerslicht niet? Dan zijn de haaientanden wel van toepassing.

Geef het door, rechts gaat voor?
Nee, de slogan ‘geef het door, rechts gaat voor’ mag je op deze kruispunten even vergeten, want ook deze regel is hier niet van kracht.

Geven en nemen
Maar wat dan wel? Volgens Mayk moet je gewoon goed opletten wat de andere fietsers doen. Een kwestie van geven en nemen dus. Dat blijkt ook uit de laatste uitspraak van de rechter hierover: bij een ongeluk hebben beide fietsers elk vijftig procent schuld. Goed opletten dus!

Enschedese uitvinding
Leuk feitje: ‘alle richtingen tegelijk groen’ is een Enschedese uitvinding. Dat stelt oud-wethouder verkeer Hans van Agteren op enschedefietsstad.nl. Verschillende steden, waaronder Groningen en Deventer, hebben dit principe overgenomen.


00

Dit zijn de huidige verkeersregels

Bron: Plus Online

Maar liefst 40 procent van de verkeersregels zijn de afgelopen vijftien jaar veranderd. Hoog tijd voor een overzicht van de nieuwste regels. Al dan niet bekend.

Nieuwe strepen
Strepen op de weg geven duidelijkheid over hoe hard u mag rijden en of u wel of niet mag inhalen. De nieuwste strepen zijn:

  • Dubbele witte middenstrepen met groene kleur ertussen. Betekent: maximaal 100 kilometer per uur (km/uur);
  • Dubbele witte middenstrepen zonder groene kleur. Betekent: maximaal 80 km/uur;
  • Is er geen middenstreep, dan mag u maximaal 80 km/uur. Let op, dit geldt niet als er langs de weg een bord staat met 60 km/uur.

Strepen veranderen niets aan bestaande verkeersregels. En verkeersborden gaan altijd vóór strepen.

Milieu zones
Steeds meer gemeenten voeren milieu zones in. De meeste milieu zones gelden alleen voor vrachtwagens. In zo’n gebied mogen alleen vrachtwagens rijden met een roetfilter. In Utrecht en Rotterdam zijn ook milieu zones voor personenauto’s. Welke auto’s mogen daar wel rijden en welke niet? Dat kunt u vinden op www.utrecht.nl en www.rotterdam.nl.
In Rotterdam gaat het dan bijvoorbeeld om personenauto’s die op diesel rijden en voor 2001 op kenteken zijn gezet. Of om auto’s op benzine en lpg die voor 1 juli 1992 op kenteken zijn gezet. Amsterdam heeft per 1 januari een milieu zone voor bestelauto’s ingevoerd. Houd de website www.milieuzones.nl in de gaten. Want waarschijnlijk zullen er meer milieu zones voor personenauto’s bijkomen.

Geen rouwstoet doorkruisen
Sinds 2010 is het niet meer toegestaan een rouwstoet te doorkruisen. De regeling geldt alleen op gelijkwaardige kruispunten. Dus niet bij verkeerslichten en voorrangswegen en haaientanden. Het eerste voertuig van de rouwstoet moet zich aan de normale voorrangsregels houden. Bovendien moet een rouwstoet herkenbaar zijn aan twee officiële (zwarte) vlaggen. Een rouwstoet die van links komt of afslaat op een gelijkwaardig kruispunt heeft voorrang.

Nieuwe regels voor automobilisten

  • Sinds 1 mei 2009 moet u de uitrijstrook blijven volgen als u via die strook de rijbaan verlaat. Vanaf het punt waar er pijlen op de weg staan mag u niet meer terug. Zo de file inhalen kan u een boete opleveren.
  • De turborotondes zijn aan een opmars bezig. Ze vervangen grotere kruispunten en kruispunten buiten de bebouwde kom. Meer rijstroken, van elkaar gescheiden door verhogingen. Van rijstrook wisselen en helemaal rond rijden is niet mogelijk.
  • Op snelwegen geldt tegenwoordig een maximumsnelheid van 130 kilometer per uur. Op sommige trajecten mag u vanwege milieu en verkeersveiligheid maximaal 100 of 120 kilometer per uur. Tussen 6 en 19 uur mag u op sommige trajecten maximaal 100 of 120 kilometer per uur, en laat in de avond of ’s nachts wel maximaal 130 kilometer per uur.
  • U mag niet meer inzittenden vervoeren dan er gordels zijn op de zitplaatsen. Heeft u twee gordels op de achterbank, mogen er geen drie personen zitten.

Nieuwe regels voor bromfietsers en snorfietsers

  • De maximumsnelheid voor bromfietsers en gemotoriseerde gehandicapten-voertuigen is tegenwoordig 45 kilometer per uur. Op de rijbaan.
  • Op het fietspad is de maximumsnelheid voor deze weggebruikers 30 kilometer per uur binnen de bebouwde kom en 40 kilometer per uur buiten de bebouwde kom.
  • De politie kan het kentekenbewijs invorderen als een brommer of scooter is opgevoerd. Hoeveel de brommer of scooter is opgevoerd doet er niet meer toe.
  • Ook bestuurders van een snorfiets mogen geen mobiele telefoon meer vasthouden. Voor bestuurders van andere gemotoriseerde voertuigen was dit al verboden.

Nieuwe regels voor fietsers

  • In steeds meer gemeenten is een fietsstraat. Ze hebben een rode bestrating. Fietsers kunnen op een brede baan fietsen en auto’s rijden er rustig achteraan. Let op, want niet alle automobilisten zijn bekend met het fenomeen van de fietsstraat.
  • Ook nieuw: fietsverkeerslichten met het onderbord ‘Tegelijk groen’. Fietsers uit alle richtingen krijgen tegelijk groen licht. U mag zelfs diagonaal oversteken. Goed opletten dus!
  • Sommige snelle e-bikes worden als snorfiets (maximaal 25 kilometer per uur) of bromfiets (maximaal 45 kilometer per uur) beschouwd. Wilt u met zo’n e-bike rijden, moet u het rijbewijs AM hebben. Op een 45 km-fiets moet u bovendien verplicht een helm op.
  • Voor gewone elektrische fietsen gelden (nog) geen aparte regels. Maar ook op zo’n e-bike is het zaak extra alert te zijn. Want wie harder rijdt, heeft minder tijd om te reageren en staat minder snel stil.

00

De 7 grootste gevaren voor fietsers

Gerelateerde afbeelding

Bron: ANWB

Nederland is een fietsland. En met het meeste aantal kilometers aan fietspaden ter wereld is het een veilig fietsland – maar niet zonder gevaren. Meer dan de helft van de verkeersgewonden die in het ziekenhuis beland blijkt fietser te zijn, waaronder het merendeel 50-plussers blijkt uit onderzoek van het SWOV.

Auto’s vormen nog altijd het dodelijkste gevaar voor fietsers. Maar de meeste ernstig gewonden vallen tijdens fietsongelukken waarbij geen enkel motorvoertuig was betrokken. Bij een derde van de ongevallen botste een fietsende 50-plusser tegen een andere langzamere verkeersdeelnemer aan. 75-plussers bleken vooral betrokken bij valpartijen.

Elektrische fietsen in het verkeer.

Meer dan een derde (39 procent) van de slachtoffers reed op een elektrische fiets. De fietsslachtoffers kwamen ten val omdat ze uit balans raakten, tegen een obstakel reden of met een andere fietser of snorfietser botsten. Bij het opkomen van de elektrische fiets zijn speciale wetten en regels opgesteld om het e-bike verkeer zo veilig mogelijk te laten verlopen.

Te smalle paden en verkeerd afgestelde fietsen.

Ruim een kwart van de ongelukken komt door te smalle fietspaden en fietsstroken, aldus SWOV. Er is te weinig ruimte om te kunnen uitwijken en te kunnen inhalen.

Maar ook de fietsers en de fietsenmakers gaan niet vrijuit. Een te hoog afgesteld zadel zorgt ook voor ongelukken. Dit komt doordat een fietser de grond niet kan aanraken als de fiets tot stilstand komt.

De 7 grootste gevaren.

Hieronder vindt u het overzicht van de zeven allergrootste gevaren voor fietsers.

  • Fietser raakt in problemen door mensen die niet aan het verkeer deelnemen: een fietser wordt per ongeluk geraakt door een autoportier of iets dat plotseling voor zijn wielen valt.
  • Fietser raakt uit balans op een helling als hij bijvoorbeeld plotseling moet afremmen voor een andere weggebruiker. Hij verliest zijn evenwicht en valt.
  • Fietser botst tegen een trottoirband of belandt in de berm. De fietser raakt de macht over het stuur kwijt.
  • Fietser wordt verrast door paaltje in het wegdek en komt ten val.
  • Fietser wordt afgeleid en botst op een tegenligger of valt in de berm. Of doordat een fietser omkijkt en op de verkeerde weghelft terecht komt.
  • Fietser ziet door de bomen het bos niet meer: werkzaamheden worden onduidelijk aangegeven of een scherpe bocht volgt direct op een steile helling.
  • Fietser krijgt of verleent geen voorrang op onoverzichtelijke kruisingen. Twee fietsers zien elkaar te laat en botsen. 50-plussers zijn vaak de dupe hiervan.

——-

Verkeerstips – Bumperkleven

Afbeeldingsresultaat voor bumperkleven

Bumperkleven is het in het verkeer gedurende langere tijd op een dermate korte volgafstand van een voorganger rijden of varen dat in het geval van een noodstop van de voorganger op tijd stoppen niet meer mogelijk is. Het grootste deel van kop-staartbotsingen in het wegverkeer is een direct gevolg van bumperkleven. Met opzet bumperkleven kan als verkeersagressie aangemerkt worden.

Oplossing:

Tweesecondenregel

De twee seconden regel is een vuistregel voor de door de Nederlandse politie aanbevolen afstand tussen voertuigen in het verkeer. De regel zegt dat er idealiter twee seconden tijd verstrijkt tussen het passeren van een bepaald punt door een voertuig en het voertuig daarna. Deze regel dient er vooral voor om kop-staartbotsingen te voorkomen. De regel is verder zo geformuleerd dat ze makkelijk te onthouden is en dat ook al rijdend makkelijk te controleren is of men aan de regel voldoet.

In de praktijk rijden auto’s op de drukke Nederlandse en Belgische autosnelwegen veel dichter op elkaar.


00

De fietsstraat: welke regels gelden daar?

Afbeeldingsresultaat voor fietsstraat enschede

Bron: ANWB en Veilig Verkeer Nederland.

Steeds meer gemeenten kiezen ervoor sommige straten als fietsstraat in te richten. Een goed initiatief, maar helaas verstaan fietsers en automobilisten elkaar niet altijd even goed. Vraag is dan ook: welke verkeersregels gelden er eigenlijk in de fietsstraat?

Fietsstraten zijn over het algemeen te herkennen aan het – soms gedeeltelijke – rode wegdek en borden met de tekst ‘Fietsstraat – Auto te gast’. Door een straat als fietsstraat aan te merken, wil de gemeente ervoor zorgen dat het autoverkeer afneemt. Daarnaast dwingt de inrichting van een fietsstraat de automobilist tot het verlagen van zijn snelheid.

Juridische status fietsstraat.

De fietsstraat heeft juridisch gezien geen enkele status. Dat geldt eveneens voor het verkeersbord ‘Fietsstraat – Auto te gast’: dit bord staat niet in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens. Zodoende is de fietsstraat feitelijk een fietspad, maar dan wel eentje waarop ook gemotoriseerd (auto)verkeer is toegestaan.

Auto ondergeschikt.

Kern van het principe van de fietsstraat is dat de auto er te gast is. De positie van de auto is dan ook ondergeschikt aan die van de fiets. Omdat de fietsstraat geen wettelijke status heeft, mag elke gemeente zelf bepalen hoe zij een fietsstraat inricht.

Verkeersregels.

In een fietsstraat gelden de verkeersregels zoals aangegeven in die straat – hetzij met verkeersborden, hetzij met verkeerstekens op het wegdek. Volgens de wet mogen er maximaal twee fietsers naast elkaar fietsen; dit geldt dus ook in een fietsstraat. En als er in de fietsstraat een gelijkwaardig kruispunt ligt, dan hebben álle bestuurders van rechts voorrang – dus ook fietsers.

Fietser wettelijk beschermd..

Fietsers – en ook voetgangers – hebben overigens een speciale wettelijke bescherming: het Nederlandse recht ziet hen als ‘zwakke verkeersdeelnemers’. In de praktijk betekent dit dat de gemotoriseerde verkeersdeelnemer de schade van een ongeval met een fietser of voetganger altijd moet vergoeden, tenzij hij onomstotelijk kan bewijzen dat hij er alles aan heeft gedaan om het ongeval te voorkomen. De gemotoriseerde verkeersdeelnemer kan de kosten van deze schadevergoeding overigens wel weer verhalen op zijn aansprakelijkheidsverzekering.


00

Rotonde en verkeersregels.

Bron: Fietsersbond VZW

Een rotonde wordt aangeduid met de verkeersborden D5 en B1.
Wie een rotonde oprijdt, moet voorrang geven aan het verkeer dat zich al op de rotonde bevindt.
U rijdt een rotonde altijd op tegen de richting van de wijzers in. Enkel wanneer u een rotonde verlaat, bent u verplicht de richting aan te wijzen met de rechterarm.

Afbeeldingsresultaat voor rotonde bord

Veilig fietsen op rotondes:

  • Vertraag als u een rotonde nadert, kijk links achterom en op de rotonde of er verkeer nadert.
  • Anticipeer: als het naderende verkeer toelaat om op een veilige manier de rotonde op te rijden, neemt u een korte bocht naar rechts en rijdt u de rotonde op.
  • Anticipeer: kijk bij elke afslag links achterom om u ervan te verzekeren dat u veilig verder kan (kijken of de auto vertraagt, uitwijkt en/of knippert naar rechts, probeer oogcontact te maken met de bestuurder).
  • Anticipeer: kijk bij elke afslag ook rechts om u ervan te verzekeren dat de naderende bestuurders u voorrang verlenen.
  • Anticipeer: houd er altijd rekening mee dat niet alle bestuurders de voorrangsregels naleven en geef uw voorrang af als dat nodig blijkt.
  • Wilt u de rotonde verlaten, kijk dan links achterom en steek uw rechterarm uit.
  • Bij een rotonde zonder fietspad fietst u best in het midden van het rij-vak.
  • Geef voorrang aan voetgangers die de weg oversteken.

Als u de arm uitsteekt bij het afslaan, weten de andere weggebruikers perfect wat u van plan bent en kunnen zij hiermee rekening houden. Uw arm uitsteken is verplicht als het mogelijk is. Als het moeilijk of onveilig is, doet u het beter niet. U moet uzelf en anderen niet onnodig in gevaar brengen.


00

Verkeersregels op een kruising

Afbeeldingsresultaat voor regels kruising

Op een kruising kan het behoorlijk misgaan als we ons niet aan de regels houden. Het is dus goed om het geheugen op te frissen wat betreft de verkeersregels op kruisingen. Wat zijn eigenlijk de verkeersregels op een kruispunt?

Wat is een gelijkwaardige kruising?

Een gelijkwaardige kruising is een kruising waarbij de voorrang niet wordt geregeld via verkeerslichten, verkeersborden, haaientanden of andere markeringen op de weg. Hoe bepaalt u dan in zo’n situatie wie er voorrang heeft?

Rechts gaat voor

De belangrijkste regel op een gelijkwaardige kruising gelijkwaardig kruispunt is dat alle bestuurders die van rechts komen voorrang hebben. U moet dus niet alleen auto’s voor laten gaan, maar ook fietsers, snorfietsers, bromfietsers, motorrijders, brommobielen, invalidenvoertuigen, wagens, ruiters en geleiders van rijdieren, trekdieren of vee als ze van rechts komen.

Rechts gaat echter niet altijd voor. Er zijn enkele uitzonderingen:

  • Onverharde weg: als u op een onverharde weg rijdt, dan moet u ook aan bestuurders van links voorrang verlenen;
  • Oprit of uitrit: ook als u van een oprit of uitrit komt, dan moet u links voor laten gaan.
  • Trams: op een gelijkwaardige kruising heeft een tram altijd voorrang, ook als deze van links komt;
  • Voorrangsvoertuigen: aan politieauto’s, brandweerauto’s en ambulances die hun zwaailicht en sirene gebruiken moet u altijd voorrang verlenen;
  • Militaire colonne: het eerste voertuig in de colonne moet zich aan de voorrangsregels houden. Is deze u al gepasseerd, dan moet u wachten totdat de hele colonne u voorbij gereden is;
  • Als voorrang anders geregeld is: via verkeerslichten, verkeersborden, haaientanden of andere markeringen op de weg.

Op een kruising gelden andere verkeersregels.

Er gelden nogal wat andere belangrijke verkeersregels bij (kruisingen) kruispunten. Verkeer dat op een kruising rechtdoor gaat, heeft bijvoorbeeld altijd voorrang. Als u zelf afslaat moet u dit verkeer dus voor laten gaan. Tevens mag u de kruising niet blokkeren. Tenslotte moet u alle verkeersdeelnemers voor laten gaan als u speciale handelingen verricht. Onder (speciale handelingen) bijzondere verrichtingen verstaan we bijvoorbeeld parkeren, wegrijden, achteruitrijden, keren of invoegen.


00

Kent u de verkeersregels op woonerven?

verkeersbord woonerf

In een woonerf heeft de verblijfsfunctie (lopen, spelen, ontmoeten enzovoorts) prioriteit boven de verkeersfunctie van de weg. Hierdoor gelden in een woonerf (officieel “erf” genoemd) aparte verkeersregels.

Aan onderstaand bord kunt u zien dat u een woonerf inrijdt:

Op het woonerf gelden de volgende regels:

Binnen een erf mag alleen stapvoets worden gereden – maximaal 15 km/uur). Deze maximumsnelheid vloeit voort uit een arrest van de Hoge Raad.

In woonerven zijn alle kruispunten gelijkwaardig. Dit betekent dat ALLE bestuurders van rechts voorrang hebben.

Voetgangers (ook kinderen) mogen de hele breedte van de openbare weg gebruiken om te lopen of spelen. Om de indruk te vermijden dat er onderscheid is tussen de rijbaan en het trottoir, zijn in een woonerf daarom geen verhoogde trottoirs aanwezig.

Parkeren mag alleen op de daarvoor bestemde plaatsen. Deze parkeervakken zijn voorzien van de letter “P” of een P-bord.

Bestuurders die het woonerf vanaf de weg binnenkomen, of die het woonerf verlaten, moeten het overige verkeer (dus óók voetgangers) voorrang verlenen. Daarbij is de in-/uitgang van een woonerf vormgegeven als een uitrit met doorlopend trottoir.

Werk mee aan een veilig woonerf.

Met de regels wordt getracht een basis te leggen voor het veilig gebruik maken van de openbare weg. Dit geldt voor zowel gemotoriseerd als niet-gemotoriseerd verkeer en voetgangers. Rijdend verkeer mag voetgangers niet hinderen. Andersom mogen voetgangers en spelende kinderen rijdend verkeer niet onnodig belemmeren. Alleen wanneer iedereen zich houdt aan deze regels worden ongelukken zoveel mogelijk voorkomen. Denk hierbij vooral aan kinderen. Kinderen kunnen niet altijd de gevolgen van hun gedrag overzien wanneer ze op straat spelen. Parkeer daarom uw auto op uw eigen oprit en pas wanneer het niet anders kan in de daartoe bestemde vakken. Laat ook uw gasten de auto parkeren in de daartoe bestemde vakken c.q. op uw eigen oprit.

Pas uw snelheid aan en rijd alleen stapvoets.

Help elkaar aan deze regels te herinneren en spreek elkaar aan wanneer men de regels even vergeten is. Via bekeuringen alleen, maken we het niet veiliger op uw woonerf. Daarom verzoeken wij alle bewoners gezamenlijk de woonerven in Noordwest een veilige en fijne plek te houden. Kleine moeite, groot plezier!


00

Waar mag ik met een gehandicaptenparkeerkaart parkeren?

Vierkante parkeerborden "Gehandicapten"

Met een gehandicaptenparkeerkaart mag u op 3 soorten gehandicaptenparkeerplaatsen uw auto parkeren. Daarnaast mag u parkeren op plaatsen waar het bord ‘Verboden te parkeren’ staat. Ook kunt u soms gratis parkeren op een gewone parkeerplaats bij een parkeermeter. Op sommige parkeerplaatsen moet u een parkeerschijf gebruiken.

Gehandicaptenparkeerplaatsen.

Er zijn 3 soorten gehandicaptenparkeerplaatsen waar u met een gehandicaptenparkeerkaart uw auto mag parkeren.

Algemene gehandicaptenparkeerplaats.

U herkent een algemene gehandicaptenparkeerplaats aan een blauw verkeersbord met een witte P en een wit rolstoelsymbool (verkeersbord E6). Bij het verkeersbord kan op de bestrating een groot wit kruis staan. Alleen voertuigen met een gehandicaptenparkeerkaart mogen hier parkeren.

Gehandicaptenparkeerplaats op kenteken.

Een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken is een gereserveerde parkeerplaats. Bijvoorbeeld bij een woonhuis. Onder het blauwe bord met het rolstoelsymbool hangt een wit bord met een kenteken. Alleen de auto of het gehandicaptenvoertuig met dit kenteken mag hier staan.

Gehandicaptenparkeerplaats op kenteken met tijdsaanduiding.

Een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken met tijdsaanduiding is een gereserveerde parkeerplaats. Het is een parkeerplaats op een plek waar u op vaste tijden komt. Bijvoorbeeld uw werk. Onder het bord met kenteken hangt een wit bord met dagen en tijden. Binnen deze uren mag alleen u hier parkeren. Op andere uren mogen ook anderen op deze plaats parkeren.

Gehandicaptenparkeerplaats met parkeerschijf.

Bij een gehandicaptenparkeerplaats kan een bord staan met een maximale parkeerduur. U moet dan een parkeerschijf gebruiken. Gehandicaptenparkeerplaatsen voor een maximaal aantal uren hoeven geen blauwe streep te hebben.

Gewone parkeerplaats bij parkeermeter.

Soms kunt u met uw gehandicaptenparkeerkaart gratis parkeren op een gewone parkeerplaats bij een parkeermeter. Dit kan in ongeveer de helft van de Nederlandse gemeenten. In de andere gemeenten moet u dus wel betalen bij een parkeermeter of een automaat. Voor de regels hierover kunt u contact opnemen met de gemeente of de lokale dienst parkeerbeheer.

Parkeren bij een parkeerverbod.

Met een gehandicaptenparkeerkaart mag u parkeren op plaatsen waar het bord ‘Verboden te parkeren‘ staat (E1). Omdat u hier maximaal 3 uur mag staan, moet u een parkeerschijf gebruiken. Dit is uitsluitend toegestaan als het parkeren -rechtstreeks verband houdt met het vervoer van een gehandicapte.

00